Ontwikkelingssamenwerking en de SDGs

In september 2015 gaven de regeringsleiders van 193 lidstaten van de Verenigde Naties in New York goedkeuring aan de resolutie “Onze wereld transformeren: de 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling”. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen of Sustainable Development Goals, hierna in het Engels afgekort tot SDGs, vormen de kern van deze resolutie. De SDGs bestaan uit 17 doelen en 169 targets die de wereld tot ‘een betere plek moeten maken in 2030’.

De SDGs zijn de internationale leidraad voor het Nederlandse beleid voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS). De SDGs bevorderen de mensenrechten en de rechten van vrouwen en meisjes. De ambitie is om vooral verbeteringen te realiseren voor hen die het meest achtergesteld zijn (‘leave no one behind’). De SDGs vormen hiermee de ultieme preventieagenda: investeren in de doelen is een investering in het behoud van vrede in fragiele en instabiele regio’s. Vooruitgang op de doelen kan de voedingsbodem wegnemen voor conflicten en radicalisering, bijdragen aan herstel van het sociaal contract tussen burgers en de staat, en zo het uiteenvallen van landen en samenlevingen voorkomen.

De thema’s in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid sluiten nauw aan op de SDGs: voedselzekerheid, water, seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, veiligheid en rechtsorde, vrouwenrechten en gendergelijkheid, klimaat, private sector ontwikkeling, humanitaire hulp en opvang in de regio en migratie. Lees op deze pagina hoe het Nederlandse ontwikkelingsbeleid aansluit op de SDGs.

SDG-Rapportage

De eerste Nederlandse SDG-Rapportage (PDF)

sdg1

Geen armoede

SDG 1: Geen armoede

Internationaal draagt Nederland bij aan het uitbannen van extreme armoede en het creëren van duurzame en inclusieve groei en ontwikkeling in ontwikkelingslanden, kerndoelen van de 2030 Agenda. De Nederlandse inspanningen in het buitenland worden mede bepaald door (thematische) resultatenkaders, inclusief indicatoren en streefwaarden (targets). Deze indicatoren hangen nauw samen met de specifieke SDG-targets en indicatoren.

Daarnaast richt het BHOS-beleid zich vooral op een aantal fragiele focus regio’s, zoals de Sahel, de Hoorn van Afrika en het Midden-Oosten en Noord-Afrika (de MENA-regio). Extreme armoede concentreert zich namelijk meer en meer in deze fragiele regio’s. Maatschappelijk organisaties spelen een belangrijke rol in het BHOS-beleid en het behalen van de SDG’s. Nederland steunt hen onder andere in het uitvoeren van armoedebestrijdingsprogramma’s, zowel in fragiele situaties als in meer stabiele omgevingen. Ook met humanitaire hulp helpt Nederland de armste en meest kwetsbare groepen.

sdg2

Geen honger

SDG 2: Geen honger

Voedselzekerheid vormt een van de prioriteiten van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsagenda zoals weergegeven in de beleidsbrief ‘Nederlandse inzet voor wereldwijde voedselzekerheid ’ . Dankzij de inspanningen en investeringen van het ministerie van Buitenlandse Zaken worden in 2018, in samenwerking met partners en uitvoerders, 11,4 miljoen mensen aan beter voedsel geholpen wat ondervoeding tegengaat. Daarnaast zijn er in 2018 een extra 1,2 miljoen boeren ondersteund bij het verhogen van hun productiviteit en inkomen en is op 650.000 hectare het landgebruik verduurzaamd.

Gewapende conflicten in onder meer Zuid-Soedan, Syrië en Jemen leiden tot extreme voedselschaarste. Soms is uithongering, vernietiging van voedselgewassen en waterbronnen onderdeel van een doelbewuste oorlogstactiek. In 2018 aanvaardde de VN-Veiligheidsraad op Nederlands initiatief resolutie 2417 over de aanpak van de gevolgen van conflict op voedselzekerheid. Deze resolutie veroordeelt uithongering van de burgerbevolking als methode van oorlogvoering.

Nederland maakt zich sterk voor de uitvoering van deze resolutie door: 1) het aan de kaak stellen van voedselonzekerheid als gevolg van conflict; 2) preventie van voedselonzekerheid door te investeren in het levensonderhoud van boeren in conflictgebieden en 3) het aankaarten van het gebruik van uithongering als oorlogswapen.

Daarnaast zal Nederland zich ervoor inzetten om ook in (potentiële) conflictgebieden mensen van voedsel en water te voorzien en beter te anticiperen op risico’s die leiden tot water- en voedseltekorten. Belangrijke partners hiervoor zijn WFP en het Nederlandse Rode Kruis.

sdg3

Goede gezondheid

SDG 3: Goede gezondheid

De Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsagenda op het gebied van gezondheid staat onder andere verwoord in de ‘Kamerbrief over Nederlandse inzet gezondheidssystemen’ en ‘Beleidskader voor SRGR voor de periode 2016-2020’. Nederland richt zich op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR). Omdat voortgang op SRGR een goed-functionerende en toegankelijke gezondheidszorg vergt, besteedt Nederland binnen deze agenda ook veel aandacht aan de versterking van gezondheidssystemen. De positie van jonge mensen krijgt daarbij speciale aandacht - of het nu gaat om seksuele voorlichting op scholen, moeder/kind zorg, het voorkomen van tienerzwangerschappen of zorgen dat jonge mensen zich kunnen laten testen op hiv en dat hiv-positieven toegang hebben tot de noodzakelijke zorg. Dankzij de inspanningen van Nederland, in samenwerking met een groot aantal partners, kregen in 2018 een extra 2,4 miljoen vrouwen en meisjes toegang tot moderne anticonceptie. Hiermee draagt Nederland ook bij aan het Family Planning 2020-initiatief. De ambitie van Nederland is om in 2020 in totaal 6 miljoen extra vrouwen en meisjes toegang te geven tot moderne anticonceptie.

Betere toegang tot adequate geestelijke gezondheidszorg en psychosociale steun is prioriteit in het Nederlandse Humanitaire Hulp beleid. Sinds 2018 zet Minister Kaag zich actief in door internationaal te pleiten voor meer aandacht voor geestelijke gezondheidszorg en psychosociale steun in door crises getroffen gebieden. Daarnaast maakt Nederland zich sterk voor capaciteitsopbouw in getroffen landen en verbetering van de kwaliteit van geestelijke gezondheidszorg.

sdg4

Kwaliteitsonderwijs

SDG 4: Kwaliteitsonderwijs

De laatste jaren is er veel verbeterd op het gebied van onderwijs, vooral voor vrouwen en meisjes. In 2017 ging 86 procent van de kinderen in ontwikkelingslanden naar de basisschool. Onderwijs wordt als belangrijk gezien omdat het een fundamenteel mensenrecht is en een katalysator voor sociale en economische ontwikkeling. Onderwijs is daarom een prioriteitsgebied binnen het nieuwe BHOS beleid. Nederland hanteert een brede benadering op onderwijs en heeft als doel te investeren in alle onderwijsniveaus, met een sterke focus op het verbeteren van onderwijskwaliteit en gelijkheid. Daarom benadrukt het beleid de urgentie om te focussen op leren – zowel formeel als informeel – en aandacht voor jongeren in het algemeen, en vrouwen en kinderen, en vooral ook de meest kwetsbare groepen (zoals kinderen en jongeren in door conflict getroffen landen). Verder ondersteunt Nederland technisch- en beroepsonderwijs dat jongeren helpt toegang te krijgen tot waardig werk, en bijdraagt aan hun sociale en politieke participatie.

Met de ondersteuning van onderwijsprogramma’s levert Nederland een bijdrage aan het toekomstperspectief voor kinderen in conflictgebieden en vluchtelingenkampen. In Libanon en Jordanië kunnen door dergelijke programma’s Syrische vluchtelingenkinderen weer naar school. In 2017 bood Nederland 80.000 kinderen en jongeren toegang tot onderwijs in landen rondom Syrië en de Hoorn van Afrika. Ook bijvoorbeeld de kwaliteit van onderwijs, veilig transport naar school en de aansluiting van het lespakket op de banenmarkt zijn belangrijk.

sdg5

Gendergelijkheid

SDG 5: Gendergelijkheid

In de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens is vastgesteld dat mannen en vrouwen dezelfde rechten hebben. In de praktijk blijkt dat vrouwen en meisjes toch nog vaak achtergesteld worden ten opzichte van mannen en jongens. SDG 5 stelt dat in 2030 vrouwen en mannen ook in de praktijk gelijke rechten moeten hebben. Vrouwenrechten en gendergelijkheid is een prioriteit binnen het huidige Nederlandse buitenlandse handel en ontwikkelingsbeleid. Keuzevrijheid voor vrouwen en meisjes is daarvan een belangrijk onderdeel. Het Nederlandse internationale beleid voor het verbeteren van de positie van vrouwen richt zich op vier doelen: (1) het voorkomen en uitbannen van geweld tegen vrouwen en meisjes; (2) het zorgen voor een eerlijk aandeel van vrouwen in politieke en machtige posities; (3) economische zeggenschap en verbeterde economische omgeving voor vrouwen; en (4) een eerlijk aandeel van vrouwen in conflictresolutie, vredesopbouw en reconstructie. In de rapportageperiode 2017-2018 heeft Nederland 820 maatschappelijke organisaties gesteund die zich inzetten voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Daarnaast zijn ruim 49.000 individuele vrouwen en meisjes getraind in vaardigheden om op te komen voor hun rechten en kansen te creëren voor zichzelf en andere vrouwen.

sdg6

Schoon water en sanitaire voorzieningen

SDG 6: Schoon water en sanitaire voorzieningen

Te veel, te weinig of te vies water vormt een dreiging op veel plaatsen in de wereld. Nederland richt zich enerzijds op het vergroten van de waterveiligheid in dichtbevolkte delta’s en gebieden waar water schaars is. Anderzijds richt Nederland zich op het verschaffen van duurzame toegang tot water, sanitaire voorzieningen en hygiëne (WASH) in zowel stedelijk als ruraal gebied. Het gaat onder andere om ondersteuning bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen om overstromingen, verzilting en bodemdaling tegen te gaan, waterproductiviteit in de landbouw te vergroten en te helpen voorkomen dat waterstress leidt tot veiligheidsrisico’s door deze risico’s tijdig te identificeren en adresseren. Verbeterd waterbeheer helpt landen zich aan te passen aan klimaatverandering. Dit geldt voor gebieden die te kampen hebben met waterschaarste als voor wateroverlast. In het geval van WASH richt de inzet zich op het duurzaam verbeteren van toegang tot water en sanitatie, en het geven van voorlichting over het belang van hygiënische leefomstandigheden. Schoon drinkwater en goede, schone sanitaire voorzieningen hebben ook een positieve invloed op andere SDGs, zoals voedselzekerheid, onderwijs en gezondheid. Schoon drinkwater zorgt voor minder infecties. Dankzij schone toiletten op scholen gaan meer meisjes naar school, ook als ze ongesteld zijn. In 2018 krijgen in totaal 3,6 miljoen mensen toegang tot verbeterde sanitaire voorzieningen dankzij steun van Nederland.

sdg7

Duurzame energie

SDG 7: Duurzame energie

Om de klimaatdoelen te halen, moet de wereld versneld over naar hernieuwbare energie. Daarvoor is in 2030 een universele energietoegang noodzakelijk voor iedereen die nog geen moderne energievoorziening heeft, en een verdubbelde snelheid van de energiebesparing.

In 2018 is de wereldwijde voortgang op SDG 7 geëvalueerd tijdens het VN High Level Political Forum. Positief is de snelle opkomst van hernieuwbare energie wereldwijd. Zorgwekkend is dat nog steeds veel mensen geen moderne energievoorziening hebben: een miljard mensen ontbeert toegang tot elektriciteit. Drie miljard mensen koken op zwaar vervuilend brandhout en houtskool, een grote bron van broeikasgasuitstoot en een van de allergrootste gezondheidsrisico’s voor vrouwen en kinderen. Naar schatting van de World Health Organisation (WHO) overlijden jaarlijks 4,3 miljoen mensen aan de gevolgen van kookrook - meer dan aan tuberculose, AIDS en malaria samen.

Nederland investeert daarom in toegang tot hernieuwbare energie voor de armsten en meest kwetsbaren, specifiek vrouwen. Een van de vijftien kernindicatoren van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid is om tussen 2015 en 2030 in totaal vijftig miljoen mensen toegang tot hernieuwbare energie te bieden.

In 2017 hebben 2,6 miljoen mensen met steun van Nederland toegang gekregen tot hernieuwbare energie. We liggen op schema om ons tussendoel van 11,5 miljoen mensen in 2020 te halen.

sdg8

Goede banen en economische groei

SDG 8: Goede banen en economische groei

SDG 8 richt zich op fatsoenlijk werk voor iedereen en duurzame en inclusieve economische groei. Dit betekent dat iedereen die kan werken de mogelijkheid moet hebben om te kunnen werken, onder goede werkomstandigheden, tegen een leefbaar loon. Deze banen moeten economische groei stimuleren zonder het milieu aan te tasten en zonder dat er kinderarbeid plaatsvindt. Duurzame en inclusieve groei overal ter wereld is een van de drie hoofdambities van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Nederland richt zich op het verbeteren van het lokale ondernemingsklimaat, het versterken van ondernemerschap en helpt lage- en middeninkomenslanden om productiever en innovatiever te worden. In 2018 zijn 255.000 directe banen ondersteund door Nederlandse private sector ontwikkeling, onder andere door de Dutch Good Growth Fund. Een nadere uitwerking voor de SDGs is opgenomen in het actieplan ‘Inclusieve Ontwikkeling’, zie ook SDG 1.

Met het Fonds Bestrijding Kinderarbeid steunt het kabinet Nederlandse bedrijven om hun waardeketens kinderarbeidvrij te maken. En met de ILO werken we aan benchmarks voor leefbaar loon. Nederland ondersteunt daarnaast maatschappelijke organisaties wereldwijd. Deze steunen minderheden, vrouwen, jongeren en anderen in hun rechten op eerlijke en inclusieve arbeidsomstandigheden. Zo investeert de alliantie Building Capacity for Change (o.a. Rainforest Alliance) in de capaciteit van jongeren op het platteland in Indonesië. Door trainingen leren zij trekkers van een duurzame en succesvolle cacaosector te zijn.

sdg9

Industrie, innovatie en infrastructuur

SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur

In veel ontwikkelingslanden ontbreekt het aan basisinfrastructuur. Denk hierbij aan: transport, wegen, irrigatie en energie-, informatie- en communicatietechnologie. Nederland biedt lage- en middeninkomenslanden financiële ondersteuning om infrastructuurprojecten te ontwikkelen en met succes uit te voeren. Daarbij worden ook Nederlandse bedrijven in staat gesteld hun kennis en ondernemerschap in te brengen. In samenwerking met PIDG, FMO, ORET en ORIO heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken 47 miljoen mensen toegang gegeven tot nieuwe en verbeterde infrastructuur.

sdg10

Verminderde ongelijkheid

SDG 10: Verminderde ongelijkheid

Nederland gebruikt de SDG-agenda en de focus op ongelijkheid als kader voor het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Inspanningen om ongelijkheden aan te pakken zijn daarom geïntegreerd in dit beleid (zie BHOS-nota "Investing in Global Prospects", 2018). Voorbeelden zijn de focus op het bieden van perspectief voor jongeren via werkgelegenheid, onderwijs, gelijke kansen en veiligheid en het verbeteren van de positie van vrouwen en meisjes. Een van de partners in dit werk is kennisplatform INCLUDE. Dit platform kent diverse leden zoals universiteiten, denktanks en andere relevante organisaties en concentreert zich op inclusieve ontwikkeling.

Nederland steunt maatschappelijke organisaties om de stemmen van de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen te versterken, zodat zij kunnen opkomen voor hun rechten en belangen. Zo investeert Nederland in de constructieve rol van maatschappelijke organisaties in duurzame en inclusieve ontwikkelingsprocessen. De lokale organisatie United Disabled People in Kenya heeft bijvoorbeeld vrouwen met een beperking gesterkt in hun capaciteiten om een plek te veroveren in de nationale en lokale politiek. Dit heeft onder andere geleid tot betere gezondheidszorg voor mensen met een beperking en vermindert discriminatie en ongelijkheid.

Binnen multilaterale instellingen en de EU maakt Nederland zich sterk voor financiële middelen voor de armsten en het tegengaan van ongelijkheid. Zo draagt Nederland substantieel bij aan fondsen van de Wereldbank. Die hebben tot doel een duurzame en inclusieve groei en zijn gericht op het creëren van mogelijkheden voor vrouwen en jongeren. Ook stelt Nederland zich constructief op binnen de Wereldbank en het IMF om de vertegenwoordiging van ontwikkelingslanden en opkomende economieën in deze instellingen te versterken. De Nederlandse inspanningen ter bevordering van ordelijke, veilige en reguliere migratie vallen eveneens onder deze SDG. Het gaat daarbij om opvang in de regio en samenwerking met herkomst- en doorreislanden om irreguliere migratie te voorkomen en terugkeer te bevorderen.

sdg11

Duurzame steden en gemeenschappen

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen

De helft van de wereldbevolking woont in de stad. En de verwachting is dat dit aantal zal toenemen: in 2030 woont mogelijk bijna 60 procent van alle mensen wereldwijd in stedelijke gebieden. Vrijwel al deze verstedelijking (95 procent) vindt plaats in ontwikkelingslanden. Helaas omvat die groei van stedelijk gebied ook sloppenwijken. Nu wonen er wereldwijd al 823 miljoen mensen in sloppenwijken, maar dat aantal zal zonder maatregelen blijven groeien. Duurzame groei is de grootste uitdaging van de steden van de toekomst. Met investeringen in infrastructuur draagt Nederland bij aan duurzame steden en gemeenschappen.

sdg12

Verantwoorde consumptie en productie

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie

De productie van goederen en diensten dient duurzaam te zijn, met respect voor de mensenrechten. Iedereen moet kans hebben op eerlijk werk en wie werkt moet een leefbaar loon kunnen verdienen. Nederlandse bedrijven zijn verbonden met buitenlandse bedrijven en werknemers via hun productieketens. Beslissingen hier hebben consequenties daar. Maatschappelijk verantwoord ondernemerschap hier draagt bij aan duurzaamheid en inclusiviteit daar. Deze relatie willen we optimaal benutten. Nederland hanteert een integrale aanpak voor de verduurzaming van productie en handel, samen met het bedrijfsleven en non-gouvernementele organisaties als Solidaridad, IDH en Rainforest Alliance. Daarbij worden het economisch gewicht, de handelsrelaties en ontwikkelingsrelaties van Nederland gebruikt om een positieve verandering teweeg te brengen.

Vanuit de thema's private sector ontwikkeling, klimaat en gendergelijkheid en versterking maatschappelijk middenveld steunt Nederland initiatieven voor duurzame consumptie en productie, bijvoorbeeld met behulp van economische diplomatie, het stimuleren van convenanten voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en het versterken van de rol van vrouwen in handel.

sdg13

Klimaatactie

SDG 13: Klimaatactie

Ieder land op ieder continent heeft te maken met klimaatverandering. De opwarming van de aarde beïnvloedt nu al het dagelijks leven en het inkomen van miljoenen mensen wereldwijd. Dat zal in de toekomst alleen maar toenemen. De Overeenkomst van Parijs is het voornaamste kader voor de internationale uitvoering van SDG 13. Nederland levert een belangrijke bijdrage aan de ondersteuning van ontwikkelingslanden bij de vermindering van hun CO2-uitstoot en versterking van hun weerbaarheid. Klimaatactie is geïntegreerd in ontwikkelingsactiviteiten, vooral via water- en voedselzekerheidsprogramma’s. Zo bereikte Nederland in 2018 dat 2,4 miljoen mensen in stroomgebieden weerbaarder zijn gemaakt. Daarnaast werkt Nederland in samenwerking met de Wereldbank en FAO in de Global Alliance for Climate-Smart Agriculture en het Postharvest Netwerk aan meer voedselzekerheid en minder uitstoot van broeikasgassen. Met steun van Nederland hebben 750.000 boerenbedrijven hun bestendigheid tegen klimaatstress en schokken aantoonbaar verbeterd.

Om de doelen van Parijs te halen wil het kabinet momentum creëren om samen met andere ambitieuze landen meer landen te bewegen tot klimaatactie. Nederland zet zich daar wereldwijd voor in. Dat doet Nederland onder andere via een publiek-private bijdrage aan klimaatfinanciering door ontwikkelingslanden te ondersteunen bij de uitvoering van hun nationale klimaatplannen (Nationally Determined Contributions) en door ontwikkelde landen te stimuleren meer te doen. Het NDC-Partnerschap, met meer dan 90 aangesloten landen, ondersteunt ontwikkelingslanden hierin. Via het co-voorzitterschap van het Partnerschap, dat Nederland en Costa Rica de komende 2 jaar gezamenlijk voeren, wordt door de minister van BHOS een extra boost aan de activiteiten van het Partnerschap gegeven. De Nederlandse klimaatfinanciering bedraagt in 2017 circa 800 miljoen euro en naar verwachting bijna 1 miljard euro in 2019. Tegelijkertijd ondersteunt Nederland maatschappelijke organisaties in hun rol als waakhond om overheden, bedrijven en gemeenschappen aan te spreken op hun verantwoordelijkheid wetten en normen voor een duurzame wereld uit te dragen.

sdg14

Bescherming van zeeën en oceanen

SDG 14: Bescherming van zeeën en oceanen

Oceanen zijn met hun temperatuur, hun stromingen en hun onderzeese leven de motor van mondiale systemen die de aarde bewoonbaar maken voor mensen. Nederland stimuleert in internationale netwerken en contacten innovatie van technologie die bijdragen aan de verhoging van de voedselproductie uit aquatische voedselbronnen en de vergroting van de weerbaarheid tegen klimaatverandering. Nederland werkt onder meer in Bangladesh aan het herstel van de opnamecapaciteit van oceanen, zeeën en kustwateren.

Gerelateerde thema's

sdg15

Herstel ecosystemen en behoud biodiversiteit

SDG 15: Herstel ecosystemen en behoud biodiversiteit

Deze SDG gaat over het beschermen, herstellen en bevorderen van het duurzame gebruik van ecosystemen, duurzaam beheren van bossen, tegengaan van woestijnvorming, tegengaan en terugdraaien van landdegradatie, en een halt toeroepen aan het verlies van biodiversiteit. Met behulp van duurzame landschapsprogramma's ondersteunt Nederland duurzaam beheer van land en bos. In 2017 ging het om ruim 1.198.534 hectare grondgebied. De programma’s worden uitgevoerd door onder meer IDH ISLA, IUCN, HoA-CCP en de Nederlandse ambassades in Nairobi en Kenia.

Gerelateerde thema's

Water

Klimaat

sdg16

Vrede, veiligheid en rechtvaardigheid

SDG 16: Vrede, veiligheid en rechtvaardigheid

Onder SDG 16 vallen de inspanningen van Nederland om de grondoorzaken van gewapend conflict, instabiliteit en irreguliere migratie aan te pakken. Deze inspanningen vallen grotendeels onder het thema Veiligheid en rechtsorde. Nederland zet zich in voor een geïntegreerde aanpak van vrede, veiligheid en rechtsorde, vooral in landen die te maken hebben met geweld, rechtenloosheid en uitsluiting.

Door het Nederlands ontmijningsprogramma worden explosieve oorlogsresten geruimd in 13 landen. Meer dan 900.000 burgers in getroffen gebieden kunnen hierdoor weer in hun gemeenschappen leven. Het vergroot het gevoel van veiligheid en verlaagt het risico op meer ontheemden. Mensen vluchten daarnaast voor rechtenloosheid. Nederland geeft prioriteit aan het verbeteren van toegang van de burger tot legitieme rechtssystemen om problemen op te lossen voordat ze leiden tot conflicten. Met steun van Nederland hebben 136.912 mensen verbeterde toegang tot rechtspraak. Daarnaast is Minister Kaag met Argentinië, Sierra Leone en The Elders co-voorzitter van een internationale Task Force on Justice, om het politieke draagvlak en de inzet voor SDG 16.3 “rechtsstaat en toegang tot recht voor iedereen in 2030” te versterken.

Ook maatschappelijke organisaties spelen een belangrijk rol. Zij zijn een constructieve partner in vredes- en ontwikkelingsprocessen. Met Nederlandse steun starten zij dialogen en bouwen bruggen om rechten te beschermen en vrede te ondersteunen.

sdg17

Partnerschappen voor de doelen

SDG 17: Partnerschappen voor de doelen

SDG 17 is een overkoepelend doel dat zich inzet voor het behalen van alle SDG’s door middel van het vernieuwen van het mondiaal partnerschap voor duurzame ontwikkeling. Denk hierbij aan de implementatiemiddelen zoals hulp, handel, belastingen, kennis- en technologietransfer en andere vormen van innovatieve financiering. Onder dit doel komen Nederlandse inspanningen op hulp- en niet-hulpterreinen samen. Nederland streeft ernaar om het beleid zo coherent mogelijk te maken voor ontwikkelingslanden. Dit betekent dat de negatieve effecten van het Nederlandse beleid op ontwikkelingslanden zoveel mogelijk worden bestreden en de positieve effecten zo groot mogelijk worden gemaakt. Dit is van cruciaal belang voor het behalen van de SDG’s in ontwikkelingslanden.

Het kabinet heeft hiertoe een actieplan geformuleerd met concrete doelen, gekoppeld aan de SDG’s, en acties die over de tijd heen worden gemonitord en jaarlijks worden gerapporteerd aan de Tweede Kamer. Het actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling is in 2018 herzien. Om samenhang in het beleid voor de SDG’s te bevorderen, heeft de overheid in 2019 ook het afwegingskader voor beleid en regelgeving, het IAK, in lijn gebracht met de SDG-ambities met daarin aandacht voor effecten op ontwikkelingslanden. Deze aanpassing zorgt ervoor dat de SDG’s en specifiek ontwikkelingsbelangen in een vroeg stadium van het beleidsproces worden betrokken in de overwegingen. Daarnaast gaat Nederland partnerschappen aan met bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen voor duurzame, inclusieve ontwikkeling.

Nederland hecht grote waarde aan de politieke rol van maatschappelijke organisaties. Daarom zijn er strategische partnerschappen met de Nederlandse overheid en maatschappelijke organisatie voor pleiten en beïnvloeden. Dit heeft in 2017-2018 de capaciteit van 3284 lokale organisaties in meer dan 60 landen is versterkt. Lokale organisaties kunnen hierdoor opkomen voor de rechten en belangen van gediscrimineerde en gemarginaliseerde groepen. Zij worden steeds beter vertegenwoordigd binnen lokale gemeenschappen, maar ook in nationale en internationale fora. Dit verbetert de positie van onder andere minderheden, vrouwen en jongeren wereldwijd. Tegelijkertijd ondersteunt Nederland maatschappelijke organisaties in hun rol als waakhond die overheden, bedrijven en gemeenschappen aanspreekt op hun verantwoordelijkheid waarden uit te dragen, wetten uit te voeren en rechten te respecteren voor een inclusieve en duurzame samenleving. Maatschappelijke organisaties zijn zo een cruciale partner in duurzame en inclusieve ontwikkelingsprocessen. In 2017-2018 steunde Nederland via deze strategische partnerschappen 5968lokale maatschappelijke organisaties.

Ook via andere samenwerkingsverbanden en ambassades wordt politieke, financiële en/of technische steun verleend aan maatschappelijke organisaties die hen voorziet van meer kennis en capaciteit.