In september 2015 gaven de regeringsleiders van 193 lidstaten van de Verenigde Naties in New York goedkeuring aan de resolutie “Onze wereld transformeren: de 2030 Agenda voor Duurzame Ontwikkeling”. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen of Sustainable Development Goals, hierna in het Engels afgekort tot SDG’s, vormen de kern van deze resolutie. De SDG’s bestaan uit 17 doelen en 231 indicatoren die de wereld tot ‘een betere plek moeten maken in 2030’.

De SDG’s zijn de internationale leidraad voor het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. De SDG’s bevorderen de mensenrechten en de rechten van vrouwen en meisjes. De ambitie is om vooral verbeteringen te realiseren voor hen die het meest achtergesteld zijn (‘leave no one behind’). De SDG’s vormen hiermee de ultieme preventieagenda: investeren in de doelen is een investering in het behoud van vrede in fragiele en instabiele regio’s. Vooruitgang op de doelen kan de voedingsbodem wegnemen voor conflicten en radicalisering, bijdragen aan herstel van het sociaal contract tussen burgers en de staat, en zo het uiteenvallen van landen en samenlevingen voorkomen.

De thema’s in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid sluiten nauw aan op de SDG’s: Voedselzekerheid, Water, Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten inclusief hiv/aids, Veiligheid en rechtsorde, Vrouwenrechten en gendergelijkheid, Klimaat, Private-sectorontwikkeling, Humanitaire hulp en Opvang in de regio en migratie. Wat Nederland op deze thema’s wil bereiken is geformuleerd in thematische resultatenkaders met indicatoren en streefwaarden (targets). Deze indicatoren hangen nauw samen met de internationale SDG-targets en indicatoren.

Op deze pagina leest u hoe het Nederlandse ontwikkelingsbeleid aansluit op de SDG’s.

Derde Nederlandse SDG rapportage (2019)

Lees de derde Nederlandse SDG rapportage

Vierde Nederlandse SDG-rapportage (2020)

Kamerbrief over Monitor Brede Welvaart en SDG's 2020 en de Vierde Nationale SDG-rapportage

sdg1

Geen armoede

SDG 1: Geen armoede

Nederland draagt bij aan het uitbannen van extreme armoede en het creëren van duurzame en inclusieve groei en ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Het BHOS-beleid richt zich op een aantal fragiele regio’s, waaronder de Sahel, de Hoorn van Afrika en het Midden-Oosten en Noord-Afrika (de MENA-regio). Extreme armoede en uitsluiting concentreren zich namelijk meer en meer in deze regio’s, die ook voor verdere destabilisatie kunnen zorgen. Maatschappelijke organisaties spelen een belangrijke rol in het BHOS-beleid en het behalen van de SDG’s.

Nederland steunt hen onder andere in het uitvoeren van armoedebestrijdingsprogramma’s, zowel in fragiele situaties als in meer stabiele omgevingen. Ook met humanitaire hulp helpt Nederland de armste en meest kwetsbare groepen.

sdg2

Geen honger

SDG 2: Geen honger

Voedselzekerheid vormt één van de prioriteiten van het Nederlandse ontwikkelingssamenwerkingsbeleid, zoals weergegeven in de beleidsbrief Nederlandse inzet voor wereldwijde voedselzekerheid. Dankzij de inspanningen en investeringen van het ministerie van Buitenlandse Zaken, in samenwerking met partners en uitvoerders, zijn in 2019 15,3 miljoen mensen aan beter voedsel geholpen, waarmee ondervoeding tegengegaan is. Ook is in 2019 aan een extra aantal boeren (6,6 miljoen) ondersteuning verleend voor het verhogen van hun productiviteit en inkomen en is op 612.000 hectare het landgebruik verduurzaamd.

Gewapende conflicten in onder meer Zuid-Soedan, Syrië en Jemen leiden tot extreme voedselschaarste. Soms is uithongering, vernietiging van voedselgewassen en waterbronnen onderdeel van een doelbewuste oorlogstactiek. In 2018 aanvaardde de VN-Veiligheidsraad op Nederlands initiatief resolutie 2417 over de aanpak van de gevolgen van conflict op voedselzekerheid. Deze resolutie veroordeelt uithongering van de burgerbevolking als methode van oorlogvoering. Nederland maakt zich sterk voor de uitvoering van deze resolutie door: 1) het aan de kaak stellen van voedselonzekerheid als gevolg van conflict 2) preventie van voedselonzekerheid door te investeren in het levensonderhoud van boeren in conflictgebieden; en 3) het aankaarten van het gebruik van uithongering als oorlogswapen.

Daarnaast zet Nederland zich in om in (potentiële) conflictgebieden mensen van voedsel en water te voorzien en beter te anticiperen op risico’s die leiden tot water- en voedseltekorten. Belangrijke partners hiervoor zijn het Wereldvoedselprogramma (WFP) en het Nederlandse Rode Kruis.

sdg3

Goede gezondheid

SDG 3: Goede gezondheid

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid op het gebied van gezondheid richt zich op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) inclusief hiv/aids . Dit staat onder andere verwoord in het Beleidskader SRGR partnerschapsfonds. Omdat voortgang op SRGR een goed functionerende en toegankelijke gezondheidszorg vereist, besteedt Nederland binnen deze agenda ook veel aandacht aan de versterking van gezondheidssystemen. De positie van jonge mensen krijgt daarbij speciale aandacht. Daarbij gaat het om seksuele voorlichting op scholen, moeder-kindzorg, het voorkomen van tienerzwangerschappen, voorzieningen voor hiv-testen en toegang voor hiv-positieven tot de noodzakelijke zorg. Dankzij de inspanningen van Nederland, in samenwerking met een groot aantal partners, was er in 2019 een toename van het aantal vrouwen en meisjes (2,75 miljoen) dat toegang kreeg tot moderne anticonceptie. Hiermee draagt Nederland bij aan het Family Planning 2020-initiatief. De ambitie van Nederland is om in 2020 dat aantal te verhogen tot 6 miljoen vrouwen en meisjes.

Betere toegang tot adequate geestelijke gezondheidszorg en psychosociale steun is prioriteit in het Nederlandse beleid voor Humanitaire hulp. Sinds 2018 zet minister Kaag zich actief in door internationaal te pleiten voor meer aandacht voor geestelijke gezondheidszorg en psychosociale steun in door crises getroffen gebieden. Dit doet zij bijvoorbeeld door internationale symposia over dit thema te organiseren. Daarnaast maakt Nederland zich sterk voor capaciteitsopbouw in getroffen landen en verbetering van de kwaliteit van geestelijke gezondheidszorg.

sdg4

Kwaliteitsonderwijs

SDG 4: Kwaliteitsonderwijs

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid steunt SDG 4: Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen. De Nederlandse inzet heeft drie uitgangspunten: 1) onderwijs is een fundamenteel mensenrecht 2) onderwijs is een voorwaarde voor het bereiken van andere SDG's (zoals fatsoenlijke banen, gendergelijkheid en een goede gezondheid) en 3) onderwijs leidt tot diverse andere individuele en maatschappelijke voordelen (zoals verbeterde autonomie, vrijheid en sociale cohesie). Op basis van deze uitgangspunten zijn zes prioriteiten geformuleerd: 1) universeel basis- en voortgezet onderwijs 2) verbeterde leerresultaten 3) verhoogde opleidingsmogelijkheden voor kinderen en jongeren in door conflict getroffen landen 4) ontwikkeling van vaardigheden voor jongeren om hun economische participatie en maatschappelijke betrokkenheid te bevorderen 5) gelijkheid en inclusie voor iedereen en 6) verbeterde individuele en institutionele kennis en capaciteitsontwikkeling in hoger onderwijs.

In het afgelopen jaar heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken bijna 2,2 miljoen mensen geholpen door financiering van het Global Partnership for Education (GPE), Education Cannot Wait (ECW) en het Orange Knowledge Program (OKP). Dankzij onze steun aan het GPE kregen 1,9 miljoen kinderen een jaar basisonderwijs. Onze steun aan ECW maakte het mogelijk om 230.000 kinderen in door conflict getroffen gebieden te bereiken, 930 klaslokalen met infrastructuur te ondersteunen, 150 gendersensitieve latrines te bouwen en 61.000 kinderen met individueel leermateriaal te bereiken. Bovendien ontvingen 1.760 professionals (middenkader) via het OKP beurzen voor masteropleidingen of korte cursussen, kregen 420 alumni opfriscursussen, namen 1.460 personen deel aan groepstrainingen en werden 13 institutionele samenwerkingsprojecten ondersteund.

sdg5

Gendergelijkheid

SDG 5: Gendergelijkheid

In de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens is vastgesteld dat mannen en vrouwen dezelfde rechten hebben. In de praktijk blijkt dat vrouwen en meisjes toch nog vaak achtergesteld worden ten opzichte van mannen en jongens. SDG 5 stelt dat in 2030 vrouwen en mannen ook in de praktijk gelijke rechten moeten hebben. Vrouwenrechten en gendergelijkheid is een prioriteit binnen het Nederlandse ontwikkelingsbeleid waarbij keuzevrijheid voor vrouwen en meisjes een belangrijk onderdeel is.

Het beleid richt zich specifiek op vier doelen: 1) voorkomen en uitbannen van geweld tegen vrouwen en meisjes 2) eerlijk aandeel van vrouwen in politieke en machtige posities 3) economische zeggenschap en verbeterde economische omgeving voor vrouwen en 4) eerlijk aandeel van vrouwen in conflictresolutie, vredesopbouw en reconstructie. In de rapportageperiode 2018/2019 heeft Nederland 882 maatschappelijke organisaties gesteund die zich inzetten voor vrouwenrechten en gendergelijkheid. Daarnaast zijn ruim 68.000 individuele vrouwen en meisjes getraind in vaardigheden om op te komen voor hun rechten en kansen te creëren voor zichzelf en andere vrouwen. Naast de specifieke genderprogramma’s is gender een dwarsdoorsnijdend thema dat in alle onderdelen van het BHOS-beleid wordt meegenomen.

sdg6

Schoon water en sanitaire voorzieningen

SDG 6: Schoon water en sanitaire voorzieningen

Te veel, te weinig of te vies water vormt een dreiging op veel plaatsen in de wereld. Nederland richt zich enerzijds op het versterken van de waterveiligheid in dichtbevolkte delta’s en gebieden waar water schaars is. Anderzijds richt Nederland zich op het verschaffen van duurzame toegang tot water, sanitaire voorzieningen en hygiëne (WASH) in zowel stedelijk als ruraal gebied. Het gaat onder andere om ondersteuning bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen om overstromingen, verzilting en bodemdaling tegen te gaan, vergroting van de waterproductiviteit in de landbouw en voorkomen dat waterstress leidt tot veiligheidsrisico’s door deze risico’s tijdig te identificeren en te adresseren.

Verbeterd waterbeheer helpt landen zich aan te passen aan klimaatverandering. Dit geldt voor gebieden die zowel kampen met waterschaarste als met wateroverlast. In het geval van WASH richt de inzet zich op het duurzaam verbeteren van toegang tot water en sanitatie alsmede het geven van voorlichting over het belang van hygiënische leefomstandigheden. Schoon drinkwater en goede, schone sanitaire voorzieningen hebben ook een positieve invloed op andere SDG’s, zoals voedselzekerheid, onderwijs en gezondheid. Schoon drinkwater zorgt voor minder infecties. Dankzij schone toiletten op scholen gaan meer meisjes naar school, ook als ze ongesteld zijn. In 2019 kregen in totaal 5,3 miljoen mensen met steun van Nederland toegang tot verbeterde sanitaire voorzieningen.

sdg7

Duurzame energie

SDG 7: Duurzame energie

SDG 7 verbindt de twee enorme uitdagingen waar de mondiale energiesector voor staat: extreme energiearmoede en klimaatverandering. Het doel in 2030 is om mensen wereldwijd toegang tot energie te kunnen bieden en tegelijk de klimaatdoelen te halen. Dat vereist een versnelde overgang naar hernieuwbare energie en zuinige vormen van energie-slimme oplossingen.

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid investeert daarom in toegang tot hernieuwbare energie voor de armsten en meest kwetsbaren, specifiek vrouwen. Het doel is om tussen 2015 en 2030 in totaal 50 miljoen mensen toegang tot hernieuwbare energie te bieden. In de verslagperiode hebben 2,5 miljoen mensen met steun van Nederland toegang gekregen tot hernieuwbare energie. Hiermee liggen de resultaten op schema om het tussendoel van 11,5 miljoen mensen in 2020 te halen.

Nederland steunt de mondiale coördinatie van SDG 7 om zo groot mogelijke synergie te krijgen tussen VN, Wereldbank, Internationaal Energie Agentschap (IEA), Internationaal Hernieuwbare Energie Agentschap (IRENA), Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en andere betrokken organisaties. In 2019 heeft dit samenwerkingsverband policy briefs gepubliceerd over de belangrijke bijdrage die SDG 7 kan leveren aan alle andere SDG’s. Zonder goede energievoorziening blijken ook de andere SDG’s onhaalbaar. De groep lanceerde een nieuw actieplatform voor gezondheid en energie, health-enhancing physical activity (HEPA), dat aandacht vraagt voor inzet van duurzame energie in humanitair werk.

sdg8

Goede banen en economische groei

SDG 8: Goede banen en economische groei

SDG 8 richt zich op eerlijk werk voor iedereen en duurzame en inclusieve economische groei. Dit is een van de drie hoofdambities van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Het betekent dat iedereen de mogelijkheid moet hebben om te kunnen werken onder goede omstandigheden en tegen een leefbaar loon. Deze banen moeten economische groei stimuleren zonder het milieu aan te tasten en zonder dat kinderarbeid plaatsvindt.

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid richt zich met SDG 8 op verbetering van het lokale ondernemingsklimaat, versterking van ondernemerschap en bevordering van productiviteit en innovatie in lage- en middeninkomenslanden. Dit jaar zijn zo 345.000 directe banen ondersteund, onder andere door FMO en het Dutch Good Growth Fund.

Daarbij richt Nederland zich ook op eerlijk werk. Met het Fonds Bestrijding Kinderarbeid steunt het kabinet Nederlandse bedrijven om hun waardeketens vrij van kinderarbeid te maken. Met de International Labour Organization, bedrijven en maatschappelijke organisaties werkt Nederland aan leefbaar loon. Minister Kaag zet zich hier actief voor in samen met Nederlandse bedrijven en EU-partners en in de productielanden zelf. Met vakbonden, werkgeversorganisaties en ngo’s ondersteunt Nederland minderheden, vrouwen, jongeren en anderen in hun rechten op eerlijke en inclusieve arbeidsomstandigheden. Zo werkt Nederland onder het Vakbondsmedefinancieringsprogramma (VMP) met Mondiaal FNV en CNV onder meer aan de verbetering van de sociale dialoog om lokale vakbonden beter in staat te stellen op te komen voor de belangen van hun leden. In 2018 werden met ondersteuning vanuit het VMP tientallen lokale vakbonden en federaties ondersteund en meer dan 300 cao’s in de verschillende programmalanden afgesloten. Zo werd in Colombia steun verleend aan de grootste vakbond in de palmoliesector, waarin 160.000 mensen werkzaam zijn van wie 60% zonder arbeidscontract. Dit heeft geleid tot afsluiting van een cao; een belangrijke vooruitgang voor zowel werknemers als het bedrijf.

Ook binnen het Nederlandse beleid voor opvang in de regio is het creëren van werk en economische groei een van de hoofdpilaren. Zo hebben in de peilstok periode bijna 40.000 personen in de Syrië-regio en de Hoorn van Afrika ondersteuning gekregen bij het ontwikkelen van activiteiten, zoals de uitgifte van (kleine) leningen of ondersteuning bij het opzetten van een eigen bedrijfje waarmee een inkomen kan worden verdiend. Ook het creëren van (tijdelijke) banen in bijvoorbeeld de landbouwsector valt hieronder.

sdg9

Industrie, innovatie en infrastructuur

SDG 9: Industrie, innovatie en infrastructuur

In veel ontwikkelingslanden ontbreekt het aan basisinfrastructuur. Denk hierbij aan transport, wegen, drinkwatervoorziening, irrigatie, energieën en informatie- en communicatietechnologie. Nederland biedt lage- en middeninkomenslanden financiële ondersteuning om infrastructuurprojecten te ontwikkelen en met succes uit te voeren. Daarbij worden ook Nederlandse bedrijven in staat gesteld hun kennis en ondernemerschap in te brengen. In samenwerking met RVO.nl, FMO en PIDG heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken 47 miljoen mensen toegang gegeven tot nieuwe en verbeterde infrastructuur. RVO.nl voert de bilaterale programma’s ORIO, DRIVE en D2B uit. Deze programma’s investeren in de ontwikkeling en aanleg van publieke infrastructuur, voornamelijk in de sectoren water, energie, voedselzekerheid en gezondheidzorg. De multilaterale fondsen PPIAF WB, PIDG en IFC PPP Advisory services investeren in het katalyseren van privaat kapitaal voor de aanleg van infrastructuur.

sdg10

Verminderde ongelijkheid

SDG 10: Verminderde ongelijkheid

Nederland gebruikt de SDG-agenda en de focus op ongelijkheid als kader voor het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid. Inspanningen om ongelijkheden aan te pakken zijn daarom geïntegreerd in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Voorbeelden zijn de focus op het bieden van perspectief voor jongeren via werkgelegenheid, onderwijs, gelijke kansen en veiligheid en het verbeteren van de positie van vrouwen en meisjes. Een van de partners in dit werk is kennisplatform INCLUDE. Dit platform bestaat uit leden uit Afrika en Nederland, zoals universiteiten, denktanks en maatschappelijke organisaties, en doet onderzoek naar en faciliteert beleidsdialoog voor het bevorderen van inclusieve ontwikkeling in Afrika.

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid steunt maatschappelijke organisaties om de stemmen van de meest gemarginaliseerde en gediscrimineerde groepen te versterken, zodat zij kunnen opkomen voor hun rechten en belangen. Zo investeert Nederland in de constructieve rol van maatschappelijke organisaties in duurzame en inclusieve ontwikkelingsprocessen. In bijvoorbeeld het programma Towards a Worldwide Influencing Network zetten activisten zich in voor een wereld waarin gelijkheid de norm is. Onder hen de Keniaanse activiste Njoki Njehu. Zij is coördinator van de Afrikaanse tak van de Fight Inequality Aliance (FIA), een alliantie van 200 maatschappelijke organisaties uit 26 landen. Vanuit haar positie vraagt ze op internationale congressen en tijdens grote evenementen als festivals aandacht voor de relatie tussen ongelijkheid en onderwijs, welvaart, gendergelijkheid en klimaat.

Binnen multilaterale instellingen en de EU maakt Nederland zich sterk voor financiële middelen voor de armsten en het tegengaan van ongelijkheid. Zo draagt Nederland substantieel bij aan fondsen van de Wereldbank. Deze hebben een duurzame en inclusieve groei tot doel en zijn gericht op het creëren van mogelijkheden voor vrouwen en jongeren. Ook stelt Nederland zich constructief op binnen de Wereldbank en het IMF om de vertegenwoordiging van ontwikkelingslanden en opkomende economieën in deze instellingen te versterken. De Nederlandse inspanningen ter bevordering van ordelijke, veilige en reguliere migratie vallen eveneens onder deze SDG. Het gaat daarbij om opvang in de regio en samenwerking met herkomst- en doorreislanden om irreguliere migratie te voorkomen en terugkeer te bevorderen.

sdg11

Duurzame steden en gemeenschappen

SDG 11: Duurzame steden en gemeenschappen

De helft van de wereldbevolking woont in steden en de verwachting is dat dit aantal zal toenemen. In 2030 woont mogelijk bijna 60% van alle mensen wereldwijd in stedelijke gebieden. Vrijwel al deze verstedelijking (95%) vindt plaats in ontwikkelingslanden en met name in sloppenwijken. Wereldwijd wonen er nu al 823 miljoen mensen in sloppenwijken en dat aantal zal zonder maatregelen blijven groeien. Duurzame groei is bijgevolg de grootste uitdaging voor de steden van de toekomst. Met investeringen in infrastructuur draagt het Nederlandse ontwikkelingsbeleid bij aan duurzame steden en gemeenschappen.

sdg12

Verantwoorde consumptie en productie

SDG 12: Verantwoorde consumptie en productie

Het bedrijfsleven is een onmisbare partner voor het realiseren van duurzame ontwikkeling. Bedrijven kunnen met investeringen en innovatieve oplossingen een bijdrage leveren aan het behalen van de SDG’s. Hierbij is maatschappelijk verantwoord ondernemen en het voorkomen of aanpakken van misstanden in de toeleveringsketen een basisvoorwaarde. De productie van goederen en diensten dient duurzaam te zijn, met respect voor de mensenrechten. Iedereen moet kans hebben op eerlijk werk en wie werkt moet een leefbaar loon kunnen verdienen. En economische groei moet zonder uitputting van onze natuurlijke hulpbronnen plaatsvinden.

Nederland steunt initiatieven voor duurzame productie en handel, onder andere via partnerschappen, IMVO-convenanten, verbeterprojecten in partnerlanden, het bedrijfsleveninstrumentarium, economische diplomatie, handelspolitiek en het versterken van de rol van vrouwen in handel. We financieren maatschappelijke partijen als Solidaridad, IDH, Fair Wear en Rainforest Alliance om met boeren, kleine producenten en grote bedrijven te werken aan duurzame productieomstandigheden. Ook stimuleert Nederland via het Fonds Verantwoord Ondernemen dat bedrijven samen met maatschappelijke organisaties de risico’s en misstanden in hun waardeketens aanpakken. En we kijken hoe we het economisch gewicht, de handelsrelaties en ontwikkelingsrelaties van Nederland kunnen inzetten om een positieve verandering teweeg te brengen.

sdg13

Klimaatactie

SDG 13: Klimaatactie

Ieder land heeft te maken met klimaatverandering. Opwarming van de aarde beïnvloedt nu al het dagelijks leven en de inkomens van miljoenen mensen. Dat zal in de toekomst alleen maar toenemen. De Overeenkomst van Parijs is het voornaamste kader voor de internationale uitvoering van SDG 13. Om de doelen van Parijs te halen wil het kabinet momentum creëren om samen met andere ambitieuze landen meer landen te bewegen tot klimaatactie. Nederland zet zich daar wereldwijd voor in.

Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid levert ook een belangrijke bijdrage aan de ondersteuning van ontwikkelingslanden bij de vermindering van hun CO2-uitstoot en de versterking van hun weerbaarheid. De Nederlandse klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden vertoont al jaren een stijgende lijn, mede dankzij de extra middelen die de regering Rutte III hiervoor heeft vrijgemaakt.

Nederland ondersteunt belangrijke multilaterale klimaatfondsen zoals het Groene Klimaatfonds en de Global Environment Facility. Minister Kaag is covoorzitter van het NDC Partnerschap dat ontwikkelingslanden ondersteunt bij de formulering en implementatie van betere nationale klimaatplannen (Nationally Determined Contributions). Verder heeft Nederland het Dutch Fund for Climate and Development opgezet dat sinds 2019 operationeel is. Dit fonds kiest in samenwerking met de private sector voor een geïntegreerde aanpak van de verschillende uitdagingen op het terrein van klimaat binnen een bepaald landschap.

Naast deze algemene activiteiten om klimaatactie in ontwikkelingslanden te ondersteunen, richt Nederland zich op een aantal specifieke uitdagingen. Daarbij gaat het vooral om vergroting van toegang tot hernieuwbare energie, tegengaan van ontbossing en landdegradatie, klimaatslimme landbouw en beter beheer en gebruik van water. Om goede resultaten te bereiken werkt Nederland op deze terreinen samen met multilaterale organisaties, ngo’s, kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Nederland richt zich in zijn activiteiten met name op de armeren en meest gemarginaliseerden. Speciale aandacht gaat uit naar de bevordering van gendergelijkheid.

sdg14

Beschermen en duurzaam gebruik van oceanen en zeeën

SDG 14: Beschermen en duurzaam gebruik van oceanen en zeeën

Oceanen zijn met hun temperatuur, stromingen en onderzeese leven de motor van mondiale systemen die de aarde bewoonbaar maken voor de mens. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid stimuleert in internationale netwerken en contacten innovatie van technologie die bijdraagt aan verhoging van voedselproductie uit aquatische voedselbronnen en vergroting van de weerbaarheid tegen klimaatverandering. Nederland werkt onder meer in Bangladesh aan het herstel van de CO2-opnamecapaciteit van oceanen, zeeën en kustwateren.

Gerelateerde thema's

Water

Klimaat

sdg15

Beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit

SDG 15: Beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit

Deze SDG gaat over bescherming, herstel en bevordering van duurzaam gebruik van ecosystemen, duurzaam beheer van bossen, voorkomen van woestijnvorming, tegengaan en terugdraaien van landdegradatie, en behoud van biodiversiteit. Met behulp van duurzame landschapsprogramma's ondersteunt Nederland duurzaam beheer van land en bos. In 2019 ging het om ruim 1,2 miljoen hectare grondgebied. De programma’s worden uitgevoerd door onder meer IDH ISLA, IUCN, HoA-CCP en de Nederlandse ambassade in Nairobi (Kenia).

Gerelateerde thema's

Klimaat

sdg16

Vrede, veiligheid en rechtvaardigheid

SDG 16: Vrede, veiligheid en rechtvaardigheid

Een van de hoofddoelen van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid is het voorkomen van conflict en instabiliteit. SDG 16, het bevorderen van rechtvaardige, inclusieve en vreedzame samenlevingen, vormt de leidraad voor deze inzet. Veiligheid en rechtsorde zijn voorwaarden voor duurzame vrede en ontwikkeling. Instabiliteit en (het risico op) gewapend conflict maken het daarbij moeilijker de SDG’s te realiseren. Nederland zet zich onder deze SDG in voor de veiligheid van burgers, uitbreiding van toegang tot recht en bevordering van inclusieve vredesprocessen en opbouw van democratische instellingen.

Zo heeft Nederland in de rapportageperiode het mijnvrij maken van 10,8 miljoen m2 land gefinancierd, zodat mensen veilig kunnen wonen en werken. Nederlandse partnerorganisaties werkten ook met de politie om de bevolking beter te beschermen. Ook zette Nederland zich in voor toegang tot recht en organiseerde het een internationale conferentie met als uitkomst de The Hague Declaration on Access to Justice for All die geleid heeft tot commitments van 39 landen. Andere bereikte resultaten van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid op het terrein van SDG 16 zijn 286.086 personen met toegang tot recht, 219 afgestudeerden aan Democracy Schools en bijna 700 opgeleide bemiddelaars en onderhandelaars voor vredesprocessen. Nederland steunde ook verschillende transitional justice processen en innovatieve juridische hervormingen en vergrootte de inclusiviteit in politieke en sociale besluitvormings- en vredesprocessen.

Op multilateraal terrein heeft Nederland bijgedragen aan een versterkte en effectievere inzet op conflictpreventie en vredesopbouw in fragiele en conflictlanden. Dat is gebeurd door het voeren van een constructief-kritische dialoog met de VN en de Wereldbank en financiële ondersteuning van hun vredesopbouwactiviteiten. De Nederlandse inzet is onder andere gericht op betere samenwerking tussen internationale actoren om conflictrisico’s in te dammen voordat ze escaleren. Nederland heeft dit opgebracht bij de ontwikkeling van het nieuwe strategisch plan van het grootste VN-vredesopbouwfonds, het UN Peace Building Fund (PBF), en de nieuwe fragiliteitsstrategie van de Wereldbank.

Ook maatschappelijke organisaties spelen een essentiële rol in vredes- en ontwikkelingsprocessen en vormen een belangrijk onderdeel van een goed functionerende democratische rechtsstaat. Met het beleidskader Samenspraak en tegenspraak versterkt Nederland maatschappelijke organisaties om op te komen voor de rechten van burgers, overheden verantwoordelijk te houden en ongelijkheid tegen te gaan. Nederland gebruikt verschillende kanalen en instrumenten om de veiligheid van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers te bevorderen, de verantwoordelijkheid van staten en niet-statelijke actoren te benadrukken en de rol van het maatschappelijk middenveld te onderstrepen. Binnen de EU zet Nederland zich in om waar mogelijk preventief op te treden om te voorkomen dat de vrijheid van vereniging en vergadering wordt ingeperkt door landen. Ook pleit Nederland binnen de EU voor een consistente implementatie van de EU-richtsnoeren voor mensenrechtenverdedigers wereldwijd. Bovendien uit Nederland in tal van landen zijn zorgen over individuele zaken tegen mensenrechtenverdedigers of maatschappelijke organisaties, zeker wanneer hun veiligheid in het geding is. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de studies van Civicus en ICNL, beide partners van Nederland, die onderzoek doen naar de afnemende ruimte voor het maatschappelijk middenveld. Dit betreft zowel fysieke inperking van de ruimte als juridische inperking.

sdg17

Partnerschappen voor de doelen

SDG 17: Partnerschappen voor de doelen

De SDG’s vormen de leidraad voor het Nederlandse ontwikkelingsbeleid en om deze SDG’s te realiseren is samenwerking nodig tussen overheden, bedrijven, wetenschappers en maatschappelijke organisaties, plus een samenhangend (coherent) beleid. SDG 17 beaamt dit principe en benadrukt de noodzaak van samenwerking tussen verschillende partijen.

Samenwerking met de private sector is niet alleen nodig om de effectiviteit, impact en schaal van ontwikkelingssamenwerking te vergroten, maar ook om bedrijven te stimuleren hun verantwoordelijkheid te nemen voor mens en milieu en in hun waardeketens en investeringen.

Publiek-private samenwerking is dan ook een belangrijk onderdeel van het Nederlandse ontwikkelingsbeleid. Het doel is de kracht van het bedrijfsleven te benutten voor de doelgroepen die centraal staan in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid: kleine boeren of producenten, werknemers en consumenten in ontwikkelingslanden. Hierbij is zowel voor kleine als grote bedrijven een rol weggelegd om kennis, kunde, innovatievermogen en marktkracht te leveren.

Een van de manieren waarop Nederland samenwerking aangaat is de SDG-Partnerschapsfaciliteit. Op dit moment zijn zo’n 30 bedrijven actief in 15 verschillende landen om via dit fonds te werken aan duurzame ontwikkeling van de private sector. Een mooi voorbeeld is het partnerschap tussen overheid, bedrijfsleven en wetenschappelijke instellingen in Nigeria met als doel de groentesector naar een hoger niveau te tillen. Een ander voorbeeld is het United Nations Global Compact, een mondiaal platform waar 10.000 leden uit de private sector samen met overheden, maatschappelijke en wetenschappelijke instellingen werken aan de verwezenlijking van de SDG’s. Een ander voorbeeld zijn financiële diensten, waarbij digitale technologie het mogelijk maakt arme mensen op het platteland verzekeringen aan te bieden. Nederland stimuleert daarom banken, verzekeraars en investeerders om financiële diensten te faciliteren, bijvoorbeeld door aanvankelijk garant te staan voor een deel van het risico.

Maatschappelijke organisaties spelen eveneens een cruciale rol in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid bij het realiseren van SDG’s en mensenrechten en het verstevigen van het sociaal contract tussen burgers en overheid. Zij spreken overheden, bedrijven en gemeenschappen aan op hun verantwoordelijkheid om wetten uit te voeren, rechten te respecteren en uitvoering te geven aan de SDG’s. Via strategische samenwerking met en bescherming van maatschappelijke organisaties behaalt Nederland gezamenlijk resultaten. Nederland heeft in 2018/2019 10.373 maatschappelijke organisaties gesteund in hun politieke rol in meer dan 60 landen. Meer dan 7.000 activiteiten hebben plaatsgevonden om mensen beter te informeren, te mobiliseren of het gesprek aan te gaan met autoriteiten. Mede daardoor zijn 1.481 wetten, maatregelen en normen beïnvloed voor meer inclusieve en duurzame ontwikkeling.

Met het beleidskader Samenspraak en tegenspraak investeert het ministerie voor Buitenlandse Zaken ook in het versterken van maatschappelijke organisaties in de uitvoering van hun rol. Een voorbeeld van samenwerking is de Green Livelihoods Alliance, een alliantie van maatschappelijke organisaties. Hierbij kon de partnerorganisatie CEDIB bewijsmateriaal over ontbossing in Bolivia en de schending van de rechten van de inheemse bevolking verzamelen en internationaal onder de aandacht brengen. Ook via bilaterale bezoeken wordt het belang van en de dialoog met maatschappelijke organisaties versterkt. In Mexico heeft Nederland de vele verdwijningen van mensen aangekaart en in Turkije heeft Nederland zijn zorgen geuit over de bescherming van mensenrechten en de rechtsstaat.

Tot slot is beleidscoherentie een belangrijk onderdeel van SDG 17: alleen door samenhangend beleid komen de SDG’s in zicht. Om die samenhang te bevorderen is een actieplan met doelen gekoppeld aan de SDG’s voor de volgende thema’s: 1) tegengaan van belastingontwijking en -ontduiking 2) ontwikkelingsvriendelijke handelsakkoorden 3) ontwikkelingsvriendelijk investeringsregime 4) verduurzaming van productie en handel en 5) tegengaan van klimaatverandering.