Uitgelichte resultaten

1,9 miljoen kinderen kregen toegang tot basisonderwijs

61.000 kinderen met nieuw lesmateriaal

107.000 meisjes bereikt in noodsituaties

1.760 mid-career professionals bereikt met studiebeurzen

Inleiding

Ondanks de indrukwekkende vooruitgang die de afgelopen decennia is geboekt, blijven er uitdagingen bestaan om toegang te krijgen tot inclusief en kwalitatief goed onderwijs. Zo'n 263 miljoen kinderen gaan niet naar het basis- of voortgezet onderwijs. Er bestaat ook toenemende bezorgdheid dat kinderen en jongeren, zelfs als ze naar school gaan, zeer weinig leren of vaardigheden verwerven die niet aansluiten bij de eisen van de arbeidsmarkt. Er bestaan nog steeds ongelijkheden in het onderwijs, die vooral worden gekenmerkt door armoede, geslacht, handicap, locatie en de status van migrant of vluchteling. Bovendien hebben jongeren steeds vaker geen werk en geen toekomstperspectief.

Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, linked Nederland met zijn 6 beleidsdoelstellingen, zich aan de visie van de SDG4:

1. Verbetering van de universele toegang tot basis- en voortgezet onderwijs.

2. Verbetering van de leerresultaten op het gebied van rekenen, lezen en andere relevante vaardigheden.

3. Verbetering van de onderwijskansen in door conflicten getroffen landen en in noodsituaties.

4. Investeren in de ontwikkeling van vaardigheden voor jongeren met het oog op empowerment en meer mogelijkheden voor economische en burgerparticipatie.

5. Verbetering van de kansengelijkheid en de inclusie in het onderwijs.

6. Verbetering van de individuele en institutionele kennis en capaciteitsontwikkeling in het hoger onderwijs.

Nederland probeert deze doelstellingen te bereiken door middel van diplomatie en investeringen in wereldwijde fondsen en bilaterale programma's. Bij al haar activiteiten streeft Nederland naar nauwe samenwerking met een brede groep van actoren.

Resultaten 2019

Nederland investeerde in onderwijs en opleiding door steun aan twee wereldwijde fondsen - Global Partnership for Education (GPE) en Education Cannot Wait (ECW) - en het bilaterale Orange Knowledge Programme (OKP). Om jongeren te ondersteunen bij het voorzien in hun onderwijs- en opleidingsbehoeften en om hun overgang naar de arbeidsmarkt te vergemakkelijken, werd bovendien een jongerenstrategie ontwikkeld en een bilateraal programma, NEXUS Skills and Jobs, in het leven geroepen. Aangezien de programma's zich in de beginfase bevinden, zijn er nog geen resultaten gerapporteerd (Lees meer).

In het resultaatgebied 'Universele toegang tot basis- en voortgezet onderwijs' hebben dankzij de Nederlandse bijdrage aan het GPE, 1,9 miljoen kinderen een jaar lang basisonderwijs (lager- en lager secundair onderwijs) kunnen volgen. Daarnaast droeg de Nederlandse financiering aan ECW bij aan onderwijs voor 230.312 kinderen.

Op het resultaatgebied 'Verbeterde onderwijskwaliteit' kregen dankzij de bijdrage van Nederland aan GPE en ECW, 61.035 kinderen lesmateriaal, werden 930 klaslokalen ondersteund met infrastructuur, werden er 517 leerkrachten geworven en werden 1.683 leerkrachten/administrateurs opgeleid.

Resultaatgebieden

Universele toegang tot onderwijs Kwaliteit van het onderwijs Gelijke kansen en inclusiviteit Hoger onderwijs

Uitgelicht project onderwijs

Wereldwijd partnerschap voor onderwijs in de Sahel

Nederland ondersteunt het Global Partnership for Education (GPE) om ervoor te zorgen dat zelfs de meest kwetsbare kinderen in het Sahel-gebied goed onderwijs krijgen. Er zijn miljoenen kinderen in deze regio die niet naar school kunnen gaan vanwege conflicten, natuurrampen of omdat ze in te afgelegen gebieden wonen. De regio heeft ook een ernstig gebrek aan gekwalificeerde leraren.

Het GPE investeert in Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauritanië en Niger en werkt samen met hun overheden en ontwikkelingspartners. Sinds 2003 heeft het GPE bijna 500 miljoen dollar uitgetrokken om het onderwijs aan kinderen in deze landen te ondersteunen. In Burkina Faso en Niger heeft het GPE een leerplanhervorming ondersteund om de leerresultaten te verbeteren. In Mali heeft het GPE de overheid ondersteund bij het heropenen van scholen in door conflict getroffen gebieden. GPE-financiering hielp bij het rehabiliteren en bouwen van klaslokalen, het verstrekken van maaltijden aan leerlingen, het trainen van leraren in psychosociale ondersteuning en het aanbieden van remedial teaching aan ontheemde leerlingen.

Wereldwijd partnerschap voor onderwijs in de Sahel
Gedetailleerde informatie over het programma op de GPE-website

Meisje steekt haar hand op om deel te nemen aan de les. Bron: GPE/Michelle Mesen

Universele toegang tot onderwijs

Op 11-jarige leeftijd zit Juliana in de vijfde klas. Elke ochtend en avond legt ze vier kilometer te voet af om naar school te gaan en terug te keren naar huis. Ze is gemotiveerd en houdt van leren. Ze wil lerares worden. Bron: GPE

Universele toegang tot basis- en secundair onderwijs

Nederland zet zich in voor twaalf jaar gratis, door de overheid gefinancierd, inclusief en kwalitatief goed basis- en voortgezet onderwijs voor alle kinderen. Het percentage kinderen dat het basisonderwijs heeft afgemaakt is gestegen van 72% naar 77% in de ontwikkelingslanden waar het Global Partnership for Education (GPE) actief is en het percentage kinderen dat het lager secundair onderwijs heeft afgemaakt is gestegen van 48% naar 52%. Daarnaast hebben door onze bijdrage aan het GPE 1,9 miljoen kinderen een jaar lang basisonderwijs (lager en lager secundair onderwijs) genoten. Ook heeft onze bijdrage aan het Education Cannot Wait programma 230.312 kinderen in conflict gebieden, in staat gesteld om onderwijs te volgen.

Resultaatgebied openen

Op 11-jarige leeftijd zit Juliana in de vijfde klas. Elke ochtend en avond legt ze vier kilometer te voet af om naar school te gaan en terug te keren naar huis. Ze is gemotiveerd en houdt van leren. Ze wil lerares worden. Bron: GPE

In de afgelopen twee decennia is de toegang tot basis- en voortgezet onderwijs in veel ontwikkelingslanden toegenomen. Sinds 2000 zijn er ongeveer 89 miljoen meer kinderen ingeschreven in het basisonderwijs en 138 miljoen meer in het secundair onderwijs. Toch gingen in 2017 64 miljoen kinderen niet naar de lagere school (wat overeenkomt met 9%), 61 miljoen jongeren in het lager secundair onderwijs (16%) en 138 miljoen jongeren in het hoger secundair onderwijs (36%) niet. De totale buitenschoolse bevolking (6-17 jaar) bedroeg dus 262 miljoen (één op de vijf). Deze uitdaging is het meest uitgesproken in Afrika ten zuiden van de Sahara, waar de verwachte bevolkingsgroei ook het grootst is, waardoor de druk op de onderwijssystemen nog groter wordt. Helaas is de vooruitgang bij het terugdringen van het aantal buitenschoolse kinderen in het lager onderwijs sinds 2008 tot stilstand gekomen, met name in de armste landen. In sommige landen is het aantal kinderen dat de lagere school afmaakt zelfs teruggelopen.

Nederland zet zich ervoor in dat alle kinderen toegang hebben tot gratis basis- en voortgezet onderwijs, ongeacht hun geslacht, locatie, vermogen en etnische of religieuze achtergrond. Het vergroten van de toegang tot het voortgezet onderwijs is essentieel om de bredere sociale en economische voordelen van onderwijs te bereiken. Nederland heeft bijgedragen aan het verbeteren van de toegang van kinderen en jongeren tot formeel en niet-formeel onderwijs via de programma's Global Partnership for Education (GPE) en Education Cannot Wait (ECW). Als gevolg van de GPE-investeringen is het percentage kinderen dat het basisonderwijs heeft afgemaakt, in de partnerlanden van het GPE, gestegen van 72% naar 77% en is het percentage kinderen dat het lager secundair onderwijs heeft afgemaakt, gestegen van 48% naar 52%. Daarnaast werden 1,9 miljoen kinderen ondersteund voor een jaar basisonderwijs (basis- en lager secundair onderwijs) via Nederlandse financiering. Ook heeft onze steun aan het ECW-programma 230.312 kinderen (in de leeftijd van 3 tot 18 jaar) in staat gesteld naar school te gaan.

Education Cannot Wait - Eerste investering in Jemen

Education Cannot Wait - Eerste investering in Jemen

De situatie in Jemen wordt beschouwd als de ergste humanitaire crisis ter wereld, waarbij ongeveer 80% van de bevolking humanitaire hulp of bescherming nodig heeft. Ongeveer 4,7 miljoen kinderen (van de in totaal 7,5 miljoen kinderen) hebben humanitaire hulp nodig om hun onderwijs voort te kunnen zetten. Meer dan 2.500 scholen zijn niet meer in een functionele staat en ongeveer 2 miljoen kinderen gaan niet naar school. Bijna driekwart van de leerkrachten van de openbare scholen hebben hun salaris al meer dan twee jaar niet meer ontvangen.

Education Cannot Wait (ECW) lanceerde de initiële investering in Jemen in 2017 (15 miljoen dollar). Sindsdien heeft het 1,3 miljoen kinderen en jongeren bereikt (waarvan 45% meisjes). Het programma heeft kinderen veilige leeromgevingen geboden, 1,2 miljoen studenten ondersteund bij de voorbereiding en het afleggen van nationale examens, en stimulansen gegeven aan leerkrachten wier salaris niet werd betaald in door conflicten getroffen gebieden. Bovendien heeft ECW schoolmaaltijden en onderwijsmateriaal verstrekt om het leren te bevorderen.

Gedetailleerde informatie over het programma op de ECW-website

De financiering van Education Cannot Wait heeft geholpen om meisjes en jongens in Jemen veilige leerplekken te bieden. Bron: UNICEF Jemen

Het Global Partnership for Education - Steun aan het Ethiopische programma voor de ontwikkeling van de onderwijssector V

Ethiopië is in 2004 toegetreden tot het Global Partnership for Education (GPE). Op dat moment was minder dan de helft van de kinderen in het land ingeschreven op de basisschool en kregen kinderen geen kwalitatief goed onderwijs. GPE heeft nauw samengewerkt met de Ethiopische regering en ontwikkelingspartners om het onderwijssysteem te versterken en de onderwijskansen te verbeteren. Vandaag de dag gaan 85% van de kinderen in Ethiopië naar de basisschool. Volgens de prognoses van UNESCO maakt Ethiopië de snelste vooruitgang in het verbeteren van het aantal leerlingen dat de basisschool in Afrika ten zuiden van de Sahara afmaakt.

Om deze positieve ontwikkelingen verder te versnellen, heeft Ethiopië zijn vijfde sectorplan voor het onderwijs voor de periode tussen 2015/16 en 2019/20 ontwikkeld. Het sectorplan richt zich met name op het verbeteren van het beheer van de onderwijssector, het vergroten van de toegang tot kwalitatief goed kleuter-, basis- en voortgezet onderwijs en het uitbreiden van de mogelijkheden voor een leven lang leren onder jongeren ten behoeve van de sociale en economische ontwikkeling.

Gedetailleerde informatie over het programma op de GPE-website

Het onderwijssysteem van Ethiopië wordt sterker.

Externe link

UNESCO (2019) Global Education Monitoring Report. Migratie, ontheemding & onderwijs: Bruggen bouwen, geen muren". Parijs: UNESCO.

Kwaliteit van het onderwijs

Een leraar gaat rond in het tijdelijke klaslokaal voor het corrigeren van Zuid-Soedanese vluchtelingenstudenten in de tweede klas van de door ECW gesteunde Tierkidi-school nr. 3, Vluchtelingenkamp, Itang Woreda, Gambella-regio. Bron: UNICEF

Verbeterde onderwijskwaliteit

Men maakt zich steeds meer zorgen dat kinderen en jongeren, ook al zitten ze op school, niet genoeg leren of dat de kennis en vaardigheden die ze leren niet relevant zijn voor de arbeidsmarkt. Feitelijk kan 53% van de kinderen in landen met een laag of lager gemiddeld inkomen niet lezen op de leeftijd van 10 jaar. Daarom is verbetering van de kwaliteit van het onderwijs op alle niveaus een absolute noodzaak. Onze steun aan het Global Partnership for Education en Education Cannot Wait heeft bijgedragen aan de levering van individueel lesmateriaal aan 61.035 kinderen, steun aan 930 klaslokalen in de vorm van infrastructuur of materiaal, aanwerving en financiële steun aan 479 leerkrachten en de opleiding van 1.683 leerkrachten.

Resultaatgebied openen

Een leraar gaat rond in het tijdelijke klaslokaal voor het corrigeren van Zuid-Soedanese vluchtelingenstudenten in de tweede klas van de door ECW gesteunde Tierkidi-school nr. 3, Vluchtelingenkamp, Itang Woreda, Gambella-regio. Bron: UNICEF

De nationale en internationale inspanningen van de afgelopen twee decennia hebben in veel ontwikkelingslanden geleid tot een aanzienlijke verbetering van de toegang tot onderwijs. Desalniettemin groeit de bezorgdheid dat kinderen, zelfs als ze naar school gaan, weinig leren en dat miljoenen kinderen niet beschikken over basisvaardigheden op het gebied van lezen, schrijven en rekenen. Ongeveer 387 miljoen kinderen in het basisonderwijs en 230 miljoen jongeren in het lager secundair onderwijs halen niet het minimumniveau voor lezen en rekenen. [Voor meer informatie: zie UNICEF (2019). Every Child Learns & UNESCO (2019). Global Monitoring Report].

De grote zorgen over de lage kwaliteit van het onderwijs en de voortdurende 'leercrisis' impliceren dat de stijgende slagingspercentages slechts een beperkt effect hebben gehad op de leerresultaten van kinderen en jongeren in termen van rekenvaardigheid, geletterdheid en levensvaardigheden. Wil het onderwijs het verwachte effect op de samenleving en de economie hebben, dan moet het van goede kwaliteit zijn. Onderwijs van goede kwaliteit is de sleutel tot het realiseren van de belofte van het onderwijs op het gebied van werkgelegenheid, inkomen, gezondheid, armoedebestrijding, innovatie, het versterken van instellingen en het bevorderen van de sociale cohesie. Bovendien heeft onderwijs van lage kwaliteit de neiging om de sociaaleconomische ongelijkheden en verdeeldheid te vergroten. Dit komt doordat kinderen en jongeren die al een achterstand hebben in de samenleving als gevolg van armoede, etniciteit, geslacht, handicap of locatie, het minst leren. Een dergelijke ongelijke toegang tot kennis in het onderwijs zal waarschijnlijk leiden tot verdere sociale en economische uitsluiting.

Nederland wil de ontwikkeling van fundamentele, overdraagbare, technische en beroepsmatige en digitale vaardigheden bevorderen. Fundamentele vaardigheden hebben betrekking op fundamentele academische kennis en begrip, waaronder geletterdheid en rekenvaardigheid. Overdraagbare vaardigheden zijn zowel cognitieve vaardigheden van een hogere orde als sociaal-emotionele vaardigheden, zoals kritisch denken, analyse, probleemoplossing, communicatie, veerkracht, leiderschap, empathie, emotioneel bewustzijn en eerlijkheid. Technische- en beroepsvaardigheden kunnen worden gedefinieerd als de specifieke kennis die nodig is om een beroep uit te oefenen. Deze vaardigheden zijn het meest relevant voor het hoofddoel van het beroep. Veranderingen in de technologie betekenen dat mensen in staat moeten zijn om gebruik te maken van informatie- en technologieapparatuur en -systemen. Daarom worden digitale vaardigheden ook steeds vaker tot de technische vaardigheden gerekend.

Nederland beschouwt de kwaliteit van het onderwijs als een belangrijk beleidsvraagstuk en wil een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van kennis en een reeks contextueel relevante vaardigheden en competenties. Om de leerresultaten van studenten te verbeteren, heeft onze bijdrage aan het Global Partnership for Education (GPE) en Education Cannot Wait (ECW) 61.035 kinderen in staat gesteld individueel lesmateriaal te ontvangen; de infrastructuur van 930 klaslokalen is verbeterd en zjin van lesmateriaal voorzien, in een poging om de leeromgeving te verbeteren; 479 leerkrachten/administratoren werden geworven en financieel ondersteund; en 1.683 leerkrachten/administratoren werden getraind. Bovendien had 30% van de GPE-partnerlanden minder dan 40 leerlingen per opgeleide leerkracht (een belangrijke kwaliteitsindicator) en had 84 % van de nationale onderwijsplannen onderwijs- en leerstrategieën die aan de kwaliteitsnormen voldeden.

Moedertaalcurriculum om de geletterdheid in Niger te verbeteren

Moedertaalcurriculum om de geletterdheid in Niger te verbeteren

Niger heeft een van de laagste alfabetiseringspercentages ter wereld. Er zijn 10 etnische groepen in Niger met 10 verschillende lokale talen. In het traditionele basisonderwijs van Niger leren de leerlingen echter in het Frans van leraren die alleen Frans spreken en niet de lokale talen. Een leraar geeft zegt: “Het is echt moeilijk om leerlingen te onderwijzen die niets anders begrijpen dan hun eigen, lokale taal. Het is pijnlijk, frustrerend en uitdagend omdat ik een vraag zo vaak moet herhalen moet stellen voordat ze die beginnen te begrijpen”.

De overheid introduceerde een nieuw curriculum dat bijna uitsluitend de lokale taal gebruikt in de eerste klassen en introduceert geleidelijk aan meer en meer Frans gedurende de zes jaar van de basisschool. Een subsidie van het Global Partnership for Education heeft Niger geholpen om de kwaliteit van het onderwijs en het leren te verbeteren door het ontwikkelen van tekstboeken en lerarengidsen in drie lokale talen, het herzien van het curriculum en het aanbieden van pre-service en bijscholing voor leerkrachten.

Gedetailleerde informatie over het programma op de GPE-website

Ecole Madina III, Niamey, Niger. Kadidia is 19 jaar lang lerares geweest en behalve de laatste twee jaar heeft ze steeds lesgegeven met behulp van het traditionele Franstalige curriculum. Bron: GPE/Kelley Lynch

Het goed doen; sterke fundamenten leggen voor het leren, Sierra Leone

Het Global Partnership for Education ondersteunt het programma "Getting it right; building strong foundations for learning" in Sierra Leone. Een belangrijke doelstelling van het programma is het verbeteren van de leerresultaten op het gebied van lezen, schrijven en rekenen voor leerlingen in de groepen 1 tot 3. Voor dit doel voorziet het programma in bijscholingscursussen voor docenten.

De lerarenopleiding is onmisbaar voor het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs in Sierra Leone, omdat veel leraren ongeschoold zijn. In 2016 had 41% van de mannelijke leerkrachten en 28% van de vrouwelijke leerkrachten geen formele onderwijsbevoegdheid of gaf les met een kwalificatie onder de vereiste norm. Aangezien Sierra Leone een klassikale lerarenaanpak hanteert, is een brede schoolaanpak nodig met voldoende implementatietijd om de leraren bij te scholen, hun gedrag te veranderen en de pedagogie te verbeteren. Het programma zal zich richten op alle openbare scholen, gezien de grootte van de uitdagingen en de slechte indicatoren in de leerresultaten.

Gedetailleerde informatie over het programma op de GPE-website

Sierra Leone, de kracht van goed lesgeven. Bron: GPE

Externe link

UNESCO (2014). "Onderwijzen en leren: kwaliteit bereiken voor iedereen; EFA-rapport over de wereldwijde monitoring, 2013-2014". Parijs: UNESCO.

Gelijke kansen en inclusiviteit

Colette is 19 en verloor haar rechterarm nadat het dak van haar huis op haar viel door hevige regen. Ze zit in de 12e klas van de Tchaourou high school en wil graag maatschappelijk werker worden. Bron: GPE

Rechtvaardig en inclusief onderwijs

Nederland ziet rechtvaardigheid en inclusie voor iedereen als een belangrijke prioriteit in zijn beleidsaanpak en als een integraal onderdeel van goed onderwijs. Daarom zet Nederland zich in om ervoor te zorgen dat alle meisjes en jongens gelijke onderwijskansen hebben, ongeacht hun sociaaleconomische status, geslacht, etniciteit, handicap, locatie of migranten- en vluchtelingenstatus. Binnen dit beleidskader wordt speciale nadruk gelegd op gendergelijkheid op alle onderwijsniveaus. Door onze investeringen in het Global Partnership for Education en Education Cannot Wait werden 107.772 meisjes in noodsituaties bereikt en werden 150 gender-sensitive latrines gebouwd of gerehabiliteerd.

Resultaatgebied openen

Colette is 19 en verloor haar rechterarm nadat het dak van haar huis op haar viel door hevige regen. Ze zit in de 12e klas van de Tchaourou high school en wil graag maatschappelijk werker worden. Bron: GPE

Ongelijkheden, die voornamelijk worden gekenmerkt door armoede, geslacht, etniciteit, handicap, locatie, taal en een migranten- en vluchtelingenstatus, in het onderwijs zijn een hardnekkige uitdaging in lage-inkomenscontexten, evenals in veel landen met een gemiddeld en hoog inkomen. Bovendien is de helft van alle kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden uitgesloten van school. Slechts 19% van de lage-inkomenslanden (LIC's) en 17% van de lage-midden-inkomenslanden (LMIC's) hebben gendergelijkheid bereikt. Meisjes zijn in 62% van de LIC's achtergesteld, terwijl het in 63% van de LMIC's jongens zijn die achtergesteld zijn. Er zijn ook genderverschillen in leerresultaten en leiderschapsposities ten gunste van jongens. [Voor meer informatie: zie UNICEF (2019). Every Child Learns & UNESCO (2019). Global Monitoring Report].

Nederland ziet rechtvaardigheid als een integraal onderdeel van goed onderwijs. Bij rechtvaardigheid gaat het niet alleen om toegang, inschrijving, retentie en afrondingspercentages. Wil een onderwijssysteem rechtvaardig zijn, dan moet het ook economische, politieke en sociale ongelijkheden aanpakken en de kansen voor kansarme groepen vergroten. Nederland zet zich specifiek in voor de empowerment van vrouwen en meisjes, niet alleen door hun rechten op goed onderwijs te versterken, maar ook hun rechten binnen en door het onderwijs. Deze beleidsfocus vereist aandacht voor de kwaliteit van de ervaringen van meisjes en vrouwen in het onderwijs (bijvoorbeeld het aanpakken van gender-gerelateerd geweld op scholen) en de mogelijkheden die zij via het onderwijs realiseren (bijvoorbeeld werkgelegenheid en meer invloed in de private en publieke sfeer).

Door onze bijdrage aan de GPE en de ECW-programma's werden 107.772 meisjes bereikt in noodsituaties en werden 150 gender-sensitive latrines gebouwd of gerenoveerd. In de verslagperiode is het percentage meisjes in het buitenschoolse kinder- en jeugdsegment dat via het ECW werd bereikt, gestegen van 46% tot 49%, terwijl het percentage partnerlanden binnen het GPE-programma op of dicht bij de gendergelijkheid bij de primaire afwerking is gestegen van 66% tot slechts 67%. Kinderen met een handicap vormen een belangrijke doelgroep in deze programma's, aangezien zij tot de meest kansarme behoren. Binnen ECW is bijvoorbeeld het percentage landen in langdurige crises die gericht zijn op inclusief onderwijs voor kinderen en jongeren met een handicap gestegen van 23% naar 26%.

Het overwinnen van de onderwijsuitdagingen voor de meest kansarme kinderen in Eritrea

Het overwinnen van de onderwijsuitdagingen voor de meest kansarme kinderen in Eritrea

Eritrea is een multicultureel land waarvan ongeveer 65% van de bevolking op het platteland woont. Het complexe geografische terrein van Eritrea in combinatie met de nomadische levensstijl van de bevolking en de sobere economische omstandigheden vormen een uitdaging voor het verstrekken van kwaliteitsonderwijs voor alle kinderen en jongeren. De meest gemarginaliseerde groepen zijn meisjes, kinderen die in afgelegen of nomadische gebieden wonen en kinderen met een handicap. Verschillende uitdagingen belemmeren hun onderwijs, waaronder lange afstanden naar school die worden verergerd door extreme temperaturen of sterke stoffige winden. Scholen in plattelandsgebieden worden geconfronteerd met problemen bij het aantrekken van leerkrachten en hebben een gebrek aan adequaat lesmateriaal.

Om de inclusiviteit van het onderwijs te verbeteren, heeft het Global Partnership for Education (GPE) een programma geïmplementeerd dat zich richt op drie pijlers: de bouw van klaslokalen, onderwijs- en leermateriaal en volwassenenonderwijs. Als gevolg van dit initiatief zitten nu ongeveer 19.000 kinderen - waarvan 42% meisjes - op school.

Gedetailleerde informatie over het programma op de GPE-website

Dankzij de steun van een GPE-subsidie nemen gemeenten in verschillende districten in Eritrea deel aan de bouw van scholen om nieuwe klaslokalen te bouwen. Bron: GPE/Fazle Rabbani

Plan voor de respons op het gebied van onderwijs voor vluchtelingen en gastgemeenschappen in Oeganda

In de afgelopen jaren werd Oeganda getroffen door de gevolgen van drie parallelle noodsituaties in Zuid-Soedan, de Democratische Republiek Congo en Burundi. Momenteel ontvangt Oeganda ongeveer 1,3 miljoen vluchtelingen (waarvan 60% kinderen), waardoor Oeganda het land van Afrika is geworden waar de meeste vluchtelingen worden opgevangen. Om te zorgen voor betere leerresultaten voor een toenemend aantal vluchtelingen en kinderen en jongeren uit de gastgemeenschap, heeft de regering van Oeganda het 'Education Response Plan for Refugees and Host-Communities in Uganda' ontwikkeld. Education Cannot Wait (ECW) heeft financiële steun en technische expertise geleverd.

De algemene doelstelling van het plan is ervoor zorgen dat kinderen en jongeren uit de vluchtelingen- en gastgemeenschappen toegang krijgen tot hoogwaardige leermogelijkheden. Het plan is ook gericht op het ontwikkelen van vaardigheden en mogelijkheden om in het levensonderhoud te voorzien voor adolescenten en jongeren die niet naar school gaan. Het is gericht op een gemiddelde van 567.500 vluchtelingen en leden van de gastgemeenschappen per schoolkalenderjaar, tussen januari 2018 en juni 2021.

Gedetailleerde informatie over het programma op de ECW-website

Onderwijs geven aan vluchtelingenkinderen in Oeganda. Bron: ECW

Hoger onderwijs

Een pilot op twee scholen voor hoger beroepsonderwijs heeft als doel het curriculum te herzien om het tuinbouwonderwijs aan te passen aan de industrie. Bron: Nuffic

Hoger onderwijs

Hoger onderwijs is de sleutel tot het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs op alle onderwijsniveaus en tot het stimuleren van innovatie, kennisverwerving en de ontwikkeling van vaardigheden. Nederland ondersteunt individuele en institutionele kennisontwikkeling en draagt bij aan het opbouwen van onderzoekscapaciteit en het versterken van de samenwerking tussen Nederlandse hoger onderwijsinstellingen en die in de partnerlanden. Via het Orange Knowledge Program (OKP) ontvingen 1.760 mid-career professionals beurzen voor masteropleidingen en korte cursussen, 1.460 personen namen deel aan groepstrainingen, 420 afgestudeerden volgden bijscholingscursussen en er werden 13 institutionele samenwerkingsprojecten ondersteund.

Resultaatgebied openen

Een pilot op twee scholen voor hoger beroepsonderwijs heeft als doel het curriculum te herzien om het tuinbouwonderwijs aan te passen aan de industrie. Bron: Nuffic

Hoewel onderwijs in het algemeen de sleutel is tot het bereiken van veel SDG's, heeft het hoger onderwijs in het bijzonder een onderscheidende positie in het leiden van de implementatie van veel internationaal overeengekomen doelen en het creëren van een duurzame toekomst door middel van hun kernactiviteiten - onderwijs, onderzoek en verspreiding. Hoger onderwijsinstellingen stimuleren innovatie, kennisverwerving en de ontwikkeling van een reeks vaardigheden, houdingen en waarden bij jongeren die uiteindelijk sleutelposities in de samenleving zullen innemen. Ze produceren onderzoek dat een empirische basis kan bieden voor contextueel relevant beleid en strategische benaderingen om de SDG's te bereiken. Hoger onderwijsinstellingen zijn ook belangrijk voor het bevorderen van de dialoog en de ruimte voor samenwerking tussen diverse nationale en internationale belanghebbenden, en zij spelen een belangrijke rol bij de verspreiding van kennis en goede praktijken. Desalniettemin kan het hoger onderwijs deze rollen in veel lage-inkomenslanden niet effectief vervullen vanwege de lage kwaliteit van het onderwijs en in de institutionele ontwikkelings- en onderzoekscapaciteit.

De inzet van Nederland voor het hoger onderwijs omvat ondersteuning van individuele en institutionele kennisontwikkeling, het opbouwen van onderzoekscapaciteit en het versterken van bilaterale contacten en samenwerking tussen instellingen voor hoger onderwijs in Nederland en die in de partnerlanden. Op een meer persoonlijk niveau draagt het verlenen van beurzen aan professionals uit partnerlanden bij aan het vergroten en verbeteren van internationale kennis en expertise. Daarnaast wordt hierdoor het Holland alumni Ambassadeurs netwerk versterkt. Via het Orange Knowledge Program (OKP) biedt Nederland beurzen, opleidingen en institutionele partnerschappen tussen onderwijsinstellingen in het Technisch en Beroepsonderwijs en -opleiding (TVET) en het hoger onderwijs. Al deze activiteiten hebben betrekking op de vier prioritaire thema's van de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking: i) Voedsel- en voedingszekerheid, ii) Water, energie en klimaat, iii) Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en iv) Veiligheid en de rechtsstaat.

Als gevolg van onze investeringen via het OKP ontvingen 1.760 mid-career professionals beurzen voor masteropleidingen en korte cursussen, konden 1.460 personen een groepsopleiding volgen, kregen 420 afgestudeerden een opfriscursus en werden 13 institutionele samenwerkingsprojecten ondersteund.

When the sky is the limit

When the sky is the limit

Drones worden reeds gebruikt door het Jordaanse leger voor veiligheidsmaatregelen, maar nog niet binnen andere sectoren, zoals de landbouw en het water. De Universiteit van Jordanië en de Universiteit Twente hebben een gezamenlijk programma opgezet om te onderzoeken hoe deze drones kunnen helpen bij de bescherming, de productie en het duurzame beheer van bossen en landbouwgebieden in Jordanië.

Via financiering door het Orange Knowledge Program ondersteunt Nederland een driefasig Tailor-Made Training programma dat 23 deelnemers van 7 instellingen (zoals het Ministerie van Landbouw, de Universiteit van Jordanië en het Ministerie van Water en Irrigatie) bereikt. Het trainingsprogramma bestaat uit lezingen, praktijksessies en casestudies over innovatie en drone-gebruik voor bosbouw en landbouw. Deze kennis en expertise is van groot belang in een regio die worstelt met droogte en waterverspilling en zal in de toekomst meer onderzoeks- en werkgelegenheidskansen creëren voor de Jordaanse bevolking.

Meer over dit project op Nuffic website

In samenwerking met de Universiteit van Twente, onderzoeken landbouworganisaties in Jordanië hoe ‘remote sensing applications’ bij kunnen dragen aan duurzame voedselproductie en watermanagement. Bron: Nuffic

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in Jemen

Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in Jemen

"In mijn land zijn seksuele en reproductieve rechten een luxe waar we niet over praten", zegt Maha Ahmed Abdulla Basodan, een van de deelnemers aan het Tailor-Made Training Plus programma over Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR) in Jemen. Dit opleidingsprogramma voor de langere termijn, dat over een periode van twee jaar loopt, richt zich op Jemenitische zorgverleners en andere gezondheids- en sociale ontwikkelingsfunctionarissen om hen bewuster te maken van SRGR en hoe ze deze rechten kunnen verbeteren en beschermen in tijden van oorlog en conflict. Samen met het Koninklijk Instituut voor de Tropen ( KIT) onderzoeken de deelnemers hoe SRGR kan worden verbeterd door een gecombineerde, op mensenrechten en gezondheidszorg gebaseerde aanpak.

Nederland ondersteunt deze groepstrainingen via het Orange Knowledge Program, dat lokale gezondheidsadviseurs zoals Maha de kans geeft om seksueel geweld in haar thuisland aan te pakken en uiteindelijk duurzame oplossingen te vinden.

Lees meer over deze en andere trainingen op Nuffic

De Tailor-Made Training Plus cursus in Jordanië is speciaal opgezet voor Jemenitische gezondheidszorgverleners. Bron: Nuffic

Externe link

Orange Knowledge Programme - Nuffic

Leerlingen op een basisschool in Kenia. Bron: GPE

Achtergrond informatie thema onderwijs

Aanvullende bronnen

Op de begrotingswebsite kunt u precies terugvinden hoe het budget voor 2019 is onderverdeeld en welke projecten ermee gefinancierd zijn.

  1. Bezoek de website
    Programma begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
  2. Selecteer het begrotingsjaar 2019

Uitgaven per kanaal

Metric

Dit zijn de financiële uitgaven van het kalenderjaar 2019. Dit komt niet volledig overeen met de resultaten op deze pagina die verzameld zijn tussen oktober 2018 - oktober 2019. Meer informatie hierover vindt u onder 'Over de Resultatenrapportage'.