Uitgelichte resultaten

12.700 bedrijfsplannen voor investering of handel ondersteund

345.000 directe banen ondersteund door PSD-programma’s

Inleiding

In ontwikkelingslanden treden jaarlijks aanzienlijk meer jongeren toe tot de arbeidsmarkt dan er nieuwe banen bijkomen. Daarom geeft Nederland prioriteit aan stimulering van jong ondernemerschap en jeugdwerkgelegenheid, vooral in de focusregio’s. Zo neemt Nederland deel in een innovatief fonds voor jong ondernemerschap van de African Development Bank. Nederland lanceerde zelf een Youth Employment Challenge Fund en neemt met Orange Corners ook lokaal initiatief om jonge mensen in Afrika en het Midden-Oosten te helpen om ondernemer te worden. Via programma’s als Local Employment in Africa for Development (LEAD) en PUM Netherlands Senior Experts krijgen jonge ondernemers coaching aangeboden. Agriterra versterkt landbouworganisaties en coöperaties en maakt landbouw voor jongeren aantrekkelijk. Inkomens voor kleinschalige boeren groeien door Nederlandse investering in het One Acre Fund. Het Dutch Good Growth Fund biedt starters en (sociale) ondernemers nieuwe financieringsvormen en technische assistentie.

Resultaten 2019

Goede banen en stabiele, leefbare inkomens bieden mensen perspectief en dragen bij aan bestrijding van armoede, conflicten en irreguliere migratie. Met programma’s voor bedrijfsontwikkeling zijn circa 12.700 bedrijfsplannen voor investering of handel en 345.000 directe banen ondersteund. Met de verduurzaming van handelsketens zijn de arbeidsomstandigheden van ruim 600.000 arbeiders verbeterd, ongeveer 4 miljoen kleinschalige boeren getraind en ruim 7,5 miljoen hectare onder duurzaam landbeheer gebracht. Producenten uit ontwikkelingslanden konden met Nederlandse advisering meer dan $ 830 miljoen exporteren. 20 bouwprojecten zijn voltooid en voor 48 projecten is financiering verzekerd. Naar verwachting profiteren 34 miljoen mensen van deze nieuwe infrastructuur. Bijna 10 miljoen mensen kregen toegang tot financiële diensten. Er zijn ruim 100 nieuwe financiële producten voor achtergestelde groepen ontwikkeld. Goed bestuur en een goed ondernemingsklimaat zijn randvoorwaarden voor een gezonde economie. Nederland versterkt daarom 500 lokale organisaties van boeren, ondernemers en werknemers. Ook de steun aan belastingdiensten is uitgebreid, conform de afspraken in het Addis Tax Initiative. Dit helpt landen meer eigen inkomsten te genereren.

Resultaatgebieden

Duurzame productie en handel Infrastructuur Financiële sectorontwikkeling Bedrijfsontwikkeling Economisch bestuur en economische partijen

Uitgelicht project private-sectorontwikkeling

Eerste microfinancieringsbank in Afghanistan voor vrouwen

FMO (de Nederlandse Financierings-maatschappij voor Ontwikkelingslanden) investeert in financiële instellingen en bedrijven die essentieel zijn om lokale economieën op te bouwen.

MASSIF is een fonds van € 550 miljoen dat FMO voor de Nederlandse overheid beheert. MASSIF richt zich op kleine ondernemers die niet makkelijk toegang hebben tot financiering. Dit zijn jongeren in de leeftijdscategorie 18 tot 25 jaar, vrouwen en vluchtelingen. In 2018 heeft MASSIF 90.000 kleine ondernemers en zo’n 1.500 midden- en kleinbedrijven bereikt in de meest lastige markten ter wereld.

Een voorbeeld is FMFB-A, de eerste microfinancieringsbank in Afghanistan. FMFB-A was de eerste bank die een branche in haar bedrijf opende met vrouwelijk personeel voor louter vrouwelijke klanten.

Duurzame productie en handel

Snelle strook voor handelaren die de grens tussen Kenia en Oeganda oversteken. Credits: Anouk Baron

Duurzame productie en handel

Met goede banen en stabiele, leefbare inkomens vermindert de armoede. Met programma’s voor verduurzaming van internationale handelsketens zijn de arbeidsomstandigheden van ruim 600.000 arbeiders verbeterd, ongeveer 4 miljoen kleinschalige boeren getraind en ruim 7,5 miljoen hectare onder duurzaam landbouwbeheer gebracht. Dit is aanzienlijk meer dan verwacht. Ook de markttoegang nam toe doordat producenten in ontwikkelingslanden met advisering door Centre for the Promotion of Imports for developing countries (CBI) $ 834 miljoen konden exporteren, waarvan $ 465 miljoen naar EU-landen en $ 369 miljoen naar elders in de wereld.

Resultaatgebied openen

Snelle strook voor handelaren die de grens tussen Kenia en Oeganda oversteken. Credits: Anouk Baron

Resultaten

Indicator

Arbeiders met verbeterde arbeidsomstandigheden volgens internationale overeenkomsten

Voortgang

Op schema

615.000

De arbeidsomstandigheden van 615.000 arbeiders zijn verbeterd. Het Initiatief Duurzame Handel (IDH) zet ook in op genderbeleid en leefbaar loon. Better Work van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) werkt met overheden in textiel producerende landen aan de naleving van fundamentele arbeidsnormen en voert nu een genderstrategie uit.

Ontwikkelingslanden hebben kennis en technologie nodig om hun productie verder te verhogen en te verbeteren. Door toepassing van internationale productiestandaarden kunnen ontwikkelingslanden deelnemen in wereldwijde duurzame handel. Dit vergroot hun welvaart en heeft een gunstige impact op het milieu en de arbeidsomstandigheden in sectoren waarin veel mensen werken.

Om er zeker van te zijn dat deze welvaart ten goede komt aan alle deelnemers in internationale waardeketens, bepleit Nederland de naleving door Nederlandse bedrijven van de OESO-richtlijnen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. Nederland ondersteunt actief initiatieven voor verbetering van arbeidsomstandigheden van arbeiders in verschillende productiesectoren in ontwikkelingslanden. Dit varieert van landbouwproductie (palmolie, cacao en soja) tot arbeidsintensieve productie zoals in de kledingindustrie. Partners hierbij zijn de Internationale Arbeidsorganisatie, multinationale ondernemingen en ngo’s.

Indicator

Training van kleinschalige boeren in duurzame landbouwpraktijken

Voortgang

Op schema

Meer dan 4 miljoen kleinschalige boeren zijn getraind in duurzame landbouwmethoden, een aantal dat tweemaal hoger is dan verwacht.

Verschillende programma’s werken vanuit Nederland aan versnelling van duurzame productie binnen wereldwijde waardeketens zoals palmolie, cacao en soja. Deze programma’s bevorderen een gezamenlijke overstap naar duurzame productiemethodes door wereldwijde samenwerking tussen bedrijven (de grote inkopers), ngo’s, overheidsinstanties en kennisinstituten. Training van kleinschalige boeren in duurzame landbouwpraktijken is essentieel voor een effectieve verspreiding van deze productiemethoden en voor hun deelname in handelsketens. Onderwerpen die hierbij aan bod komen zijn: betere landbouwmethodes en gewasbescherming, implementatie van duurzaamheidsstandaarden, certificering van productie, maar ook versterking van de positie van arbeiders en verbetering van arbeidsvoorwaarden (lonen, overwerk, kinderarbeid, genderkwesties).

Indicator

Hectares onder duurzaam landgebruik

Voortgang

Op schema

7.659.000

Meer dan 7,5 miljoen hectare onder duurzaam landgebruik gebracht

IDH en Solidaridad (2016-2020) werken vanuit Nederland aan de versnelling van duurzame productie binnen wereldwijde waardeketens zoals palmolie, cacao en soja. Deze programma’s bevorderen een gezamenlijke overstap naar duurzame productiemethodes en duurzaam landgebruik door wereldwijde samenwerking tussen bedrijven (de grote inkopers), ngo’s, overheidsinstanties en kennisinstituten.

Indicator

Export uit lage- en middeninkomenslanden in miljoen $

Voortgang

Op schema

Waarde in USD

Producenten uit lage- en middeninkomenslanden konden met advisering door het Nederlandse programma CBI $ 834 miljoen exporteren, waarvan $ 465 miljoen naar EU-landen en de Europese Vrijhandelsassociatie (EFTA) en $ 369 miljoen naar elders in de wereld.

Ontwikkelingslanden hebben kennis en technologie nodig om hun productie verder te kunnen verhogen en verbeteren. Door professionalisering van hun bedrijfsvoering en toepassing van internationale productiestandaarden kunnen exporteurs uit ontwikkelingslanden hun afzet over de grens uitbreiden. Nederland ondersteunt producenten in ontwikkelingslanden met expertise voor vermarkting en toepassing van hogere productiestandaarden om hen in staat te stellen te exporteren. Ook ondersteunt Nederland programma’s voor handelsfacilitatie in lage- en middeninkomenslanden in samenwerking met lokale overheden en douaneautoriteiten.

She Sells Shea

She Sells Shea leert vrouwen in Burkina Faso en Mali hoe ze sesamplanten kunnen oogsten, die het Franse bedrijf OLVEA kan verwerken tot eetbare olie. Daarnaast verkopen de vrouwen ook shea-noten aan OLVEA. Deze worden bijvoorbeeld in cosmetica gebruikt. Omdat de zaden en de noten een ander oogstseizoen hebben, kunnen vrouwen het hele jaar door een inkomen verdienen. Hun inkomen gaat daarmee omhoog en ze zijn minder kwetsbaar voor financiële tegenslagen of mislukte oogsten door klimaatverandering. Al 31.000 vrouwen in Mali en Burkina Faso hebben hiermee hun inkomen zien stijgen. Ook krijgen vrouwelijke ondernemers training om de kwaliteit van hun gewassen te verbeteren, waarmee ze hogere prijzen kunnen vragen. Daarnaast leren de vrouwelijke ondernemers hoe ze hun gewassen voor eigen consumptie kunnen gebruiken zodat de voedselzekerheid in deze landen verbetert.

Arte Groep werkt aan kinderarbeidvrije zone in India

Wereldwijd zijn ongeveer 152 miljoen kinderen betrokken bij kinderarbeid, bijna 1 op de 10. Deze kinderen wordt de kans op een volwaardige jeugd en onderwijs ontnomen.

Een van de sectoren waarin veel kinderarbeid voorkomt is mijnbouw, zoals in de steengroeves in India. Rondom de groeves heerst veel armoede, waardoor kinderen vaak gedwongen worden mee te werken. De Arte Groep produceert natuurstenen werkbladen en haalt haar graniet onder andere uit India. Met subsidie van het Fonds Bestrijding Kinderarbeid (FBK) richtte Arte een project op dat tot doel had alle 2.200 kinderen in het productiegebied naar school te laten gaan.

Toen het project startte, volgden in de 8 omliggende dorpen 250 kinderen geen onderwijs. In samenwerking met een lokale ngo worden scholen bezocht en werkt Arte aan mentaliteitsverandering bij de ouders. Op die manier ontstaat er langzaamaan sociale controle. Nu, een jaar later, is het gelukt tientallen kinderen naar school te krijgen.

Infrastructuur

Infrastructuur

Toegang tot betrouwbare infrastructuur is essentieel voor de ontwikkeling van de private sector en verbetering van de levenskwaliteit van arme mensen. Realisatie van infrastructuur vergt langlopende committering van alle betrokken partijen. Reservering van benodigde financiering met partners is een cruciale voorwaarde voor realisatie. Zo zijn 20 projecten voltooid en is voor 48 toegezegde projecten de financiering verzekerd. Een indicator voor bereik en sociale impact is het verwachte aantal eindgebruikers. Naar verwachting krijgen 34 miljoen gebruikers toegang tot nieuwe of verbeterde infrastructuur door voltooide en toegezegde projecten waarvoor de financiering is verzekerd.

Resultaatgebied openen

Resultaten

Indicator

Opgeleverde en toegezegde infrastructuurprojecten

Voortgang

Op schema

20 projecten zijn voltooid en voor 48 is financiering verzekerd. DRIVE en Develop2Build (D2B) verzekerden samen voor 10 projecten de financiering. Building prospects deed dit voor 9 projecten en de Private Infrastructure Development Group (PIDG) voor 18.

Ontwikkelingsrelevante Export Transacties (ORET) voltooide 9 projecten. DRIVE paste beleidsregels aan om de pijplijn van projecten sneller te vullen, zoals met Develop2Build (D2B) al is gelukt. Volgens recente evaluatie van IDF zijn het aantal toegezegde projecten en het aangetrokken private kapitaal boven verwachting.

Toegang tot betrouwbare fysieke infrastructuur is essentieel voor de ontwikkeling van de private sector en verbetering van de levenskwaliteit van arme mensen. Realisatie van infrastructuur vergt langlopende (financiële) toezeggingen van alle betrokken partijen.

Reservering van de benodigde financiering met partners vormt een cruciale voorwaarde voor de realisatie van infrastructurele projecten. Daarom is ook het aantal toegezegde projecten met een ondertekende financieringsovereenkomst een belangrijke indicator voor de voortgang van programma’s voor ontwikkeling van infrastructuur.

In 2019 is de DRIVE-portefeuille substantieel gegroeid als gevolg van de beleidsregelwijziging in 2017. De totale toezeggingen zijn nu gestegen naar boven de € 300 miljoen. Ook het programma D2B verloopt voortvarend en heeft in 2019 18 nieuwe projecten gecommitteerd.

Zowel voor DRIVE als voor D2B wordt gewerkt aan de opvolging per 2021.

Indicator

Eindgebruikers met toegang tot nieuwe of verbeterde infrastructuur

Voortgang

Op schema

34 miljoen

34 miljoen mensen krijgen toegang tot infrastructuur met voltooide en toegezegde projecten waarvoor de financiering is verzekerd

Een indicator voor het verwachte bereik en de sociale impact van infrastructuur is het aantal eindgebruikers dat naar verwachting toegang krijgt tot nieuwe of verbeterde infrastructuur.

Deze indicator is opgebouwd uit een schatting van het aantal eindgebruikers van (1) toegezegde projecten waarvoor partners een financieringsovereenkomst hebben ondertekend en (2) projecten die in het rapportagejaar zijn voltooid.

De Private Infrastructure Development Group (PIDG), Building Prospects van FMO, Ontwikkelingsrelevante Export Transacties (ORET) en Ontwikkelingsrelevante Infrastructuur Ontwikkeling (ORIO) hebben zichzelf bewezen als effectieve programma’s voor verbetering van infrastructurele diensten.

Chiansi irrigatieproject

In 2019 kwam de financiering rond voor het Chiansi irrigatieproject in het Kafue District van Zambia. Het is een mooi voorbeeld waarin Nederland met het bilaterale en op de publieke sector gerichte instrumentarium (ORIO) invloed heeft op het multilaterale en op private sector gerichte instrumentarium.

Het infrastructuurprogramma ORIO bracht een schenkingselement in van $ 5 miljoen. Daarnaast verstrekte de Private Infrastructure Development Group (PIDG) in totaal $ 18,5 miljoen aan financiering, via InfraCo Africa en de Technical Assistance Facility.

Er wordt nu gestart met de bouw van de irrigatie-infrastructuur voor een oppervlakte van in totaal 3.500 hectare. Dankzij dit project krijgen 960 kleinschalige boeren toegang tot irrigatie. Dit is essentieel voor inkomen, voedselzekerheid en aanpassing aan klimaatverandering.

Financiële sectorontwikkeling

Financiële sectorontwikkeling

Toegang tot financiële dienstverlening is belangrijk voor arme mensen en kleine ondernemers om veilig te kunnen sparen of te investeren in een onderneming. Daarom worden speciale nieuwe of verbeterde financiële producten ontwikkeld of innovatief aangeboden, vooral om armere doelgroepen te bereiken. Zo ontvingen bijna 10 miljoen mensen financiële diensten en zijn meer dan honderd nieuwe financiële producten ontwikkeld door programma’s voor financiële inclusie.

Resultaatgebied openen

Resultaten

Indicator

Ondernemingen of individuen die financiële diensten ontvangen

Voortgang

Op schema

9.445.000

9.445.000 mensen ontvingen financiële diensten, onder andere via het MASSIF-fonds van FMO. Dankzij het Health Insurance Fund zijn ruim 200.000 mensen verzekerd van goede gezondheidszorg. De Global Index Insurance Facility verzekerde ruim 820.000 kleine (boeren)ondernemers tegen grote risico’s op inkomensverlies. Meer resultaat wordt verwacht naarmate de uitvoering van deze programma’s vordert.

Toegang tot financiële dienstverlening is belangrijk voor arme mensen en kleine ondernemers om veilig te kunnen sparen of te investeren in een onderneming. Daarom worden speciale nieuwe of verbeterde financiële producten ontwikkeld of innovatief aangeboden, vooral om armere doelgroepen te bereiken. Een voorbeeld hiervan zijn voorzieningen voor vrouwelijke ondernemers met een beperkte krediethistorie.

In deze indicator telt ook het aantal mensen mee dat ingeschreven is voor speciale verzekeringen voor de armen die met Nederlandse steun zijn ontwikkeld. Deze speciale verzekeringsprogramma’s beschermen arme mensen tegen grote onvoorzienbare risico’s op inkomensverlies, zoals misoogst door slechte weersomstandigheden of ziekte. Voorbeelden hiervan zijn landbouw- en klimaatverzekeringen voor kleinschalige boeren en de elektronische portemonnee van het Health Insurance Fund, die vrouwen en hun kinderen verzekert van toegang tot gezondheidszorg.

Het aantal mensen met toegang tot financiële dienstverlening is substantieel gestegen vanwege de harmonisatie van deze indicator met internationale standaarden. In de komende 12 maanden zal verdere harmonisatie plaatsvinden.

Indicator

Geïntroduceerde nieuwe of verbeterde financiële producten

Voortgang

Op schema

103

103 nieuwe financiële producten zijn ontwikkeld door programma’s voor financiële inclusie. M-TIBA bereikte meer dan 800.000 gebruikers. Via FIRST werd een kapitaalmarktprogramma in Marokko gesteund. Dit programma assisteerde bij de totstandkoming van wetten voor investeringsfondsen voor onroerend goed en voor de aandelenbeurs om beursnoteringen van midden- en kleinbedrijven te stimuleren. Uitgifte van de eerste sukuk (Islamitische staatsobligatie) komt eraan. De Global Index Insurance Facility lanceerde 62 indexverzekeringsproducten.

Financiële dienstverlening is essentieel voor economische ontwikkeling. Toegang tot financiële diensten is belangrijk voor mensen om veilig te kunnen sparen, zich te verzekeren of te investeren in een onderneming. Dit geldt vooral voor arme mensen op het platteland en voor kleine ondernemers in landen met zwakke financiële markten en inefficiënte financiële instellingen. Daarom stimuleert Nederland de ontwikkeling van innovatieve of verbeterde financiële producten. Die zijn speciaal toegesneden op de specifieke behoeftes en lokale beperkingen van lage-inkomensgroepen. Voorbeelden hiervan zijn het Health Insurance Fund, de landbouw- en klimaatverzekeringen voor kleinschalige boeren die Global Index Insurance Facility ontwikkelt en voorzieningen voor vrouwelijke ondernemers met een beperkte krediethistorie.

Al Majmoua Microkrediet en empowerment voor vrouwen en jongeren.

Al Majmoua Microkrediet en empowerment voor vrouwen en jongeren.

Fatima is een grafisch ontwerper die haar bedrijf is begonnen nadat de grootste verschaffer van microkredieten in Libanon haar een lening gaf voor de opstartkosten van haar bedrijf. Fatima is een modelklant van Al Majmoua, die met name vrouwelijke ondernemers in steden en op het platteland financiert.

Het verschaffen van individuele leningen aan vrouwen is de kernactiviteit van deze bank. Vrouwen maken slechts 24% van de beroepsbevolking uit en de jeugdwerkloosheid is hoog (34%). De toestroom van Syrische vluchtelingen maken de cijfers er niet beter op. De gratis diensten van Al Majmoua op het gebied van bedrijfsontwikkeling en empowerment bieden vrouwen en jongeren economische kansen.

FMO financiert Al Majmouna met het MASSIF-fonds. In 2018 investeerde MASSIF € 72,7 miljoen in lokaal ondernemerschap. Daarmee werden zo’n 90.000 micro-ondernemers en 1.500 midden- en kleinbedrijven bereikt.

massif.fmo.nl

Microkredieten en empowerment voor vrouwelijke ondernemers

ASA viskwekerij in Ethiopië

De onderneming Africa Sustainable Aquaculture (ASA) heeft een Dutch Good Growth Fund (DGGF) lening ontvangen voor de aanschaf en installatie van apparatuur om een viskwekerij op te zetten. Daarmee zorgt ASA voor lokale werkgelegenheid en verbeteren de lokale voedselvoorziening en de inkomsten uit export.

Het DGGF ondersteunt de private-sectorontwikkeling, waarbij de focus ligt op het creëren van goede banen. DGGF voorziet projecten met een goed ondernemersplan van financiering wanneer het niet mogelijk is voor de onderneming om via reguliere weg aan financiering te komen. Vaak zijn banken niet geïnteresseerd vanwege de hoge risico's en beperkte omvang van de financiering. Naast het verschaffen van financiering begeleidt het DGGF de ondernemer bij de implementatie van een actieplan om maatschappelijk verantwoord te ondernemen.

Op deze wijze genereert DGGF duizenden banen en ondersteunt het tientallen ondernemingen per jaar.

Bedrijfsontwikkeling

Bedrijfsontwikkeling in lage- en middeninkomenslanden

Een goede baan is de beste manier voor mensen om aan armoede te ontsnappen. Ondernemingen zorgen voor banen en stabielere inkomens. Nederland versterkt daarom ondernemerschap in lage- en middeninkomenslanden, met nadruk op jongeren en vrouwen. Nederlandse bedrijven worden gestimuleerd in deze landen te investeren en handel te drijven. Wederom werd dit jaar meer bedrijvigheid en werkgelegenheid ondersteund dan voorzien. Het resultaat van circa 12.700 bedrijfsplannen en 345.000 ondersteunde directe banen in ondernemingen overtrof de streefwaarden ruimschoots. Ook het aantal nieuwe banen bleef groeien. De hogere realisatie weerspiegelt de toenemende benutting van het Dutch Good Growth Fund (DGGF) en het Health Insurance Fund, als ook een toename van programma’s die (mede) zijn gericht op werkgelegenheid.

Resultaatgebied openen

Resultaten

Indicator

Bedrijven met een ondersteund plan voor handel of investering

Voortgang

Op schema

Het aantal ondersteunde bedrijfsplannen voor investering of handel in lage- of middeninkomenslanden was dit jaar ruim drie keer hoger dan voorzien. Meer dan 90% van deze plannen is van lokale of andere bedrijven. Iets minder dan 10% betreft plannen van Nederlandse bedrijven. De fors hogere realisatie kwam door een snellere projectontwikkeling waarbij vooral het Dutch Good Growth Fund meer kon investeren in het midden- en kleinbedrijf door ook startups te assisteren.

Nederland steunt het opstarten en de groei van bedrijven met advies en financiële middelen. De voortgang van deze bedrijfsontwikkeling wordt gemeten aan de hand van het aantal ondersteunde plannen van bedrijven voor investering of handel in lage- en middeninkomenslanden. Het betreft plannen die door Nederland worden ondersteund via programma’s voor ontwikkeling van de private sector.

Indicator

Directe banen die ondersteund worden door programma’s voor private-sectorontwikkeling

Voortgang

Op schema

345.000 directe banen in ondernemingen zijn ondersteund door programma’s voor private-sectorontwikkeling. De streefwaarde van 250.000 werd hiermee ruim gepasseerd en de opwaartse trend voortgezet.

Door succesvolle bedrijfsontwikkeling ontstaan meer en betere banen in de private sector. Conform afspraken tussen internationale donoren is de jaarlijkse monitoring vooral gericht op directe banen binnen ondernemingen die worden ondersteund door programma’s voor private-sectorontwikkeling.

Indicator

Indirecte banen die ondersteund worden door programma’s voor private-sectorontwikkeling

Voortgang

Op schema

1.921.000

Er werden bijna 2 miljoen indirecte banen ondersteund door programma’s voor private-sectorontwikkeling, vooral door de ontwikkeling van infrastructuur.

Naast directe banen rapporteren sommige programma’s ook over indirect ondersteunde banen. Dit is het geval bij toeleveranciers van de ondersteunde onderneming of als verwachte macro-economische impact van ondersteunde infrastructuur. Het betreft hier andere manieren van werkgelegenheidsondersteuning die afwijkend worden gemeten. Daarom worden deze gerapporteerde indirecte banen apart bijgehouden.

Indicator

Private co-investeringen

Voortgang

Op schema

€375 miljoen

De private co-investeringen door bedrijven en andere private organisaties, zoals banken, kennisinstellingen en ngo’s, onder 10 Nederlandse programma’s voor private-sectorontwikkeling bedroegen in totaal € 375 miljoen.

Om de VN-Duurzame Ontwikkelingsdoelen in 2030 te halen, worden naast publieke investering ook private investeringen en knowhow steeds belangrijker. Dit concludeerden regeringsleiders bij de Financing for Development conferentie in Addis Ababa, Ethiopië. Daarom ondersteunen verschillende Nederlandse programma’s lokale en Nederlandse ondernemingen met advies en financiële middelen om de hogere investeringsrisico’s in lage- en middeninkomenslanden te compenseren.

De mate waarin bedrijven en andere private organisaties, zoals banken, bereid en in staat zijn om deze hogere financiële en politieke risico’s te dragen, wordt gemonitord aan de hand van de omvang van de private co-investering onder het programma voor private-sectorontwikkeling.

Ruth Namaganda en Kibinge Coffee Farmers Cooperative Society (KCFCS)

Ruth Namaganda werd in West-Oeganda geboren in een boerengezin van 14 kinderen. Op haar 26ste kon ze land huren om voedingsgewassen te verbouwen. Ze startte spaargroepen met vrouwelijke boeren. De Kibinge Coffee Farmers Cooperative Society (KCFCS) bood haar een training aan over financieel beheer. Vanaf die tijd is Ruth actief lid en assisteert ze het management in haar dagelijkse activiteiten.

Agriterra startte in 2014 de samenwerking met deze koffiecoöperatie die de wens uitsprak om én marktleider op het gebied van kwaliteitskoffie te worden én de levenstandaard van haar 1.400 leden te verbeteren. Meer dan 300 leden werden getraind in financieel management. In 2018 werd een eigen productiefaciliteit opgezet die koffie levert aan Fair Trade gecertificeerde inkopers. Ruth is actief in de jongerenraad die de coöperatie diensten aanbiedt op het gebied van farm management.

Agriterra ondersteunt KCFCS en 340 andere coöperaties en landbouworganisaties in Afrika, Azië en Latijns-Amerika.

Agri-wallet voor boeren

Met Small Business Innovation Research (SBIR) daagt de Nederlandse overheid ondernemers uit om maatschappelijke problemen op te lossen met innovatieve producten en diensten. Een succesvol voorbeeld van zo’n innovatie is Agri-wallet.

Agri-wallet biedt een mobiel financieel platform dat blockchaintechnologie gebruikt om kleinschalige boeren in contact te brengen met kopers van hun producten en met leveranciers voor hun inputs. Betaling geschiedt met mobiel geld. Tevens dient het als digitale portemonnee voor sparen of om geld te lenen. Aangesloten ondernemers bundelen diensten en verdienen aan de transacties van leveranciers, verzekeringsmaatschappijen en financiële instellingen.

De ambitie is 10 miljoen boeren in Afrika een digitale Agri-wallet te geven. Hiermee fungeren zij tevens als katalysator voor duurzame en circulaire voedselketens, voedselveiligheid en klimaatweerbaarheid. Om die ambitie te realiseren werkt Agri-wallet al samen met de World Bank en het Wereldvoedselprogramma (WFP).

Economisch bestuur en economische partijen

Economisch bestuur en economische partijen

Goed economisch bestuur en professioneel georganiseerde economische partijen dragen bij aan een ondernemingsklimaat waarin de private sector kan groeien. Nederland ondersteunde daarom meer dan 500 organisaties die boeren, ondernemers en werknemers helpen zichzelf te organiseren in coöperaties, werkgeversverenigingen en vakbonden om gezamenlijk hun economische positie te versterken.
Goed functionerende belastingdiensten zijn in lage- en middeninkomenslanden van bijzonder belang om meer inkomsten te genereren voor ontwikkeling. Nederland breidt daarom de samenwerking met belastingdiensten in ontwikkelingslanden verder uit, in lijn met de toezegging van donoren in het Addis Tax Initiative.

Resultaatgebied openen

Resultaten

Indicator

Ondersteunde economische partijen

Voortgang

Op schema

503

Nederland helpt boeren, ondernemers en werknemers zichzelf te organiseren en zo samen hun verdienvermogen te vergroten. Zo werden 503 lokale organisaties ondersteund. Nederland breidt zijn samenwerking met belastingdiensten in ontwikkelingslanden verder uit, in lijn met de toezegging van donoren in het Addis Tax Initiative in 2015 om de inspanning in 2020 te hebben verdubbeld. Dit heeft als doel de belastingwetgeving te verbeteren en de belastingdiensten efficiënter te laten functioneren.

Goed economisch bestuur en professioneel georganiseerde economische partijen dragen bij aan een ondernemingsklimaat waarin de private sector kan groeien en waarin arbeiders hun economische positie kunnen verbeteren. Door zich te organiseren kunnen boeren, arbeiders en ondernemers hun verdiencapaciteit vergroten. Voorbeelden zijn trainingen in bedrijfsvoering, onderhandelen of leiderschap om invloed uit te oefenen op de lokale overheid voor betere wet- en regelgeving. Nederland ondersteunt daarom organisaties die boeren, ondernemers en werknemers helpen zichzelf te organiseren in coöperaties, werkgeversverenigingen en vakbonden.

Goed functionerende belastingdiensten zijn in lage- en middeninkomenslanden van bijzonder belang om meer inkomsten te genereren voor ontwikkeling.

Verbeteren van vakbondsrechten in de keten

CNV Internationaal laat Nederlandse deelnemers uit het kledingconvenant zien hoe zij vakbondsvrijheid bij hun leveranciers kunnen stimuleren. Nederlandse ondertekenaars van het IMVO-convenant Duurzame Kleding en Textiel noemen vaak het niet respecteren van vrijheid van vereniging (vakbondsvrijheid) als een van de belangrijkste risico's die moeten worden aangepakt. Vakbondsvrijheid is een belangrijke voorwaarde om arbeidsrechten in de toeleveringsketen van textiel te waarborgen en om stappen te kunnen zetten op andere gebieden, zoals het realiseren van een leefbaar loon. In bijgaande video uit Cambodja vertelt een werkgever hoe hij de voordelen van een goede sociale dialoog met de vakbond ervaart.

Fair Wear, CNV Internationaal en Mondiaal FNV werken met kledingmerken in Europa en met fabrieken en arbeiders in Azië en Afrika samen aan betere arbeidsomstandigheden. De organisaties vormen samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken een partnerschap.

Achtergrond informatie thema private-sectorontwikkeling

Blik op de toekomst

Met de focus op de regio’s Midden-Oosten, Noord-Afrika, Sahel en Hoorn van Afrika verschuift de Nederlandse inzet meer naar fragiele staten. In deze landen is intensievere en langere ondersteuning nodig om haalbare ondernemingsplannen te ontwikkelen en werkgelegenheid te realiseren. Als gevolg van deze beleidskeuzes zal naar verwachting het tempo van projectontwikkeling en realisatie van resultaten afnemen. De impact van private-sectorontwikkeling zal in deze landen echter aanzienlijk zijn, vanwege het lagere welvaartsniveau. Zo zijn in de Palestijnse Gebieden bijzonder waardevolle resultaten geboekt met jonge mensen die na een door Nederland gesteunde training met hun ICT-startup zelf werk vonden.

Aanvullende bronnen

Op de begrotingswebsite kunt u precies terugvinden hoe het budget voor 2019 is onderverdeeld en welke projecten ermee gefinancierd zijn.

  1. Bezoek de website
    Programma begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
  2. Selecteer het begrotingsjaar 2019
Themawebsite

Business for Development

RVO.nl-website

RVO.nl-website

RVO.nl IATI-website

RVO.nl Open Data-website

Uitgaven per kanaal

Metric

Dit zijn de financiële uitgaven van het kalenderjaar 2019 en komt niet volledig overeen met de resultaten op deze pagina, welke verzameld zijn tussen oktober 2018 - oktober 2019. Meer informatie over hierover vind u onder 'Over de Resultatenrapportage'.